De grenzen van het recht op nakoming
Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/1.1:1.1 Het recht op nakoming
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/1.1
1.1 Het recht op nakoming
Documentgegevens:
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS378783:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Eén van de kernfuncties van het contractenrecht is het scheppen van vertrouwen dat contracten worden nagekomen. Dit idee is zo wezenlijk aan het contractenrecht dat het pacta sunt servanda-beginsel tot één van de leidende beginselen van het contractenrecht is verheven.1 De sancties op het niet-nakomen van contractuele verplichtingen zijn de belangrijkste contractenrechtelijke instrumenten om te waarborgen dat contracten worden nagekomen. Een schuldeiser die wordt geconfronteerd met een partij die haar verplichtingen niet-nakomt, kan als reactie daarop van zijn wederpartij nakoming, schadevergoeding of ontbinding vorderen. Nakoming (art. 3:296), schadevergoeding (art. 6:74) en ontbinding (art. 6:265) zijn de remedies die het contractenrecht een contractant aanreikt om het nadeel op te heffen dat hij lijdt doordat de wederpartij zijn contractsverplichtingen jegens hem schendt.2
Het recht op nakoming verschaft de schuldeiser een rechtsmiddel dat erop is gericht de schuldenaar er toe aan te zetten de toegezegde prestatie in natura uit te voeren. De veroordeling tot nakoming spoort de schuldenaar aan zijn verbintenis alsnog uit te voeren en verschaft de schuldeiser een executoriale titel voor de inzet van dwangmiddelen. Anders dan het recht op nakoming biedt een recht op schadevergoeding de schuldeiser niet de 'verzekering' dat de schuldenaar zijn prestatie in natura naleeft, maar leidt schadevergoeding tot (financiële) compensatie van het nadeel dat de schuldeiser door de tekortkoming lijdt. Indien een schuldenaar nalaat zijn contractuele verplichtingen na te leven, biedt de bevoegdheid tot ontbinding de schuldeiser de mogelijkheid om het contract te verbreken. Het recht op ontbinding vormt, anders dan het recht op nakoming en schadevergoeding, een negatieve beveiliging van het contractmechanisme, omdat deze remedie niet is gericht op het instandhouden, maar juist op de beëindiging van de contractuele relatie.3
Het recht op nakoming neemt een bijzondere positie in ten opzichte van de overige twee remedies, omdat het de meest directe uitdrukkingsvorm is van het beginsel dat contractuele afspraken geëerbiedigd moeten worden. Het recht op nakoming wordt in Nederland dan ook als de primaire remedie beschouwd. Schadevergoeding en ontbinding zijn subsidiaire remedies. Stolp typeert het recht op nakoming als de 'ruggengraat' van de verbintenis uit overeenkomst.4 Deze typering geeft het belang aan van het recht op nakoming. Het primaat van nakoming betekent dat partijen in beginsel een afdwingbaar recht op nakoming hebben. Dát de schuldeiser recht op nakoming heeft, is zo vanzelfsprekend dat de wetgever het niet nodig heeft gevonden hieraan een aparte bepaling in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek te wijden.5 Het ogenschijnlijk probleemloze karakter van het recht op nakoming lijkt zich dan ook niet direct te lenen voor een onderzoek naar dit verschijnsel. Problematisch is echter de formulering van het antwoord op vraag waar de grenzen van het recht op nakoming liggen. Het recht op nakoming is in beginsel gegeven, maar waar houdt het op? Geen enkel recht is grenzeloos, het recht op nakoming vormt daarop geen uitzondering. In dit proefschrift onderzoek ik de grenzen van de primaire remedie.