Einde inhoudsopgave
De grenzen van het recht op nakoming (R&P nr. 167) 2008/1.4
1.4 Werkwijze en afbakening
mr. D. Haas, datum 02-12-2008
- Datum
02-12-2008
- Auteur
mr. D. Haas
- JCDI
JCDI:ADS375107:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Op de eigenheid van de juridische onderzoeksmethode wijzen ook Westerman & Wissink 2008, p. 503-507; Sieburgh 2008, p. 3-13; en Weinrib 1995.
Bijv. par. 3.3.4.3, par. 3.3.5, par. 5.2.4, par. 6.4, par. 9.2.2.3, par. 9.3.3, par. 9.3.4 en par. 9.3.5.
Er is een rechtsvergelijkend promotieonderzoek gaande naar het recht op nakoming in de 19' eeuw, zie Oosterhuis (nog te verschijnen). Binnenkort verschijnt een bundel over de historische ontwikkelingen van het recht op nakoming van het Romeinse recht tot heden van Hallebeek (nog te verschijnen).
Zie over de vrijwillige nakoming Scheltema 2008.
In zijn dissertatie bespreekt Smeehuijzen verschillende aspecten van de verjaring van de rechtsvordering tot nakoming, zie Smeehuijzen 2008, p. 201-205 en 269-270.
De methode van het verrichte onderzoek kan worden gekenschetst als klassiek juridisch.1 Het onderzoek bevat een beschrijvende analyse van verschillende thema's van nakoming naar Nederlands contractenrecht waarbij de stand van het recht wordt opgemaakt aan de hand van rechtsbronnen, zoals Parlementaire Geschiedenis, handboeken, dissertaties, tijdschriftartikelen en jurisprudentie. Jurisprudentie noem ik als laatste, omdat in Nederland relatief weinig rechtspraak bestaat over het recht op nakoming. De nadruk ligt dan ook op de doctrine. Het onderzoek heeft voorts een opiniërend karakter. Er wordt beargumenteerd stelling genomen ten aanzien van opvattingen van rechtswetenschappers en van keuzes die door de wetgever en de rechter zijn gemaakt om nieuwe visies te introduceren, of bestaande visies aan te vullen met nieuwe inzichten. Met het doen van voorstellen voor nieuwe grenzen voor het recht op nakoming is dit onderzoek, naar ik hoop, letterlijk grensverleggend. De argumentatie wordt zo mogelijk verrijkt met argumenten ontleend aan de onderzochte buitenlandse rechtsstelsels en aan hulpdisciplines zoals de rechtseconomie. Ook de wijze van argumenteren is typisch juridisch. Gehanteerde argumenten ontlenen kracht aan de logica, de coherentie en consistentie van het rechtssysteem, de onderliggende rechtsbeginselen, de praktische wenselijkheid van bepaalde uitkomsten, rechtseconomische inzichten en, hier en daar, aan de geëxpliciteerde normatieve opvattingen van de auteur. Het doel van deze argumentatieve handelswijze is enerzijds om op theoretisch niveau te komen tot een zuiverder indeling van de rechtsstof, en anderzijds om op praktisch niveau aanbevelingen te doen hoe het positieve recht zou moeten luiden. De opzet van dit boek is dan ook tweeledig. In de eerste plaats heeft het een dogmatische inslag, omdat een onderzoek naar het recht op nakoming onontkoombaar stuit op vragen over de plaats van het recht op nakoming in het rechtsbestel en de inbedding van het recht op nakoming tussen andere materieelrechtelijke leerstukken. In de tweede plaats worden in dit onderzoek handreikingen aan de rechtspraktijk gedaan door uitgewerkte oplossingen aan te bieden voor praktische problemen die zich (kunnen) voordoen bij het recht op nakoming.
Een onderzoek naar het recht op nakoming is een onderzoek naar het hart van het contractenrecht. In dit onderzoek wordt niet alleen aandacht besteed aan het recht op nakoming in het algemene contractenrecht, maar wordt ook ingegaan op het recht op nakoming in bepaalde delen van het bijzondere contractenrecht. De bijzondere overeenkomsten die in dit onderzoek zijn betrokken, zijn de koopovereenkomst en de overeenkomst van aanneming van werk. Voor deze bijzondere overeenkomsten is in de eerste plaats gekozen, omdat zij van groot maatschappelijk belang zijn. De economische betekenis van de koopovereenkomst en de overeenkomst van aanneming van werk kan moeilijk worden overschat. In de tweede plaats verschaffen deze overeenkomsten inzicht in de werking van het recht op nakoming bij twee belangrijke typen verbintenissen. De verbintenis die uit hoofde van een koopovereenkomst op een verkoper rust, is het prototype van een verbintenis om een zaak te geven. De overeenkomst tot aanneming van werk omvat een ander belangrijk verbintenistype, de verbintenis om een dienst te verrichten. Het recht op nakoming krijgt bij koop en aanneming van werk een extra dimensie, omdat het zich in twee vormen voordoet als de schuldenaar een gebrekkige prestatie heeft geleverd: het recht op herstel en het recht op vervanging. Op verschillende plaatsen in dit boek wordt ingegaan op de specifieke kenmerken van het recht op herstel en vervanging bij deze twee bijzondere overeenkomsten.2 Het recht op nakoming kan niet zinvol worden bestudeerd zonder ook aandacht te schenken aan de alternatieve remedies, zoals schadevergoeding en ontbinding, en aan de rechtsfiguren die aan nakoming verwant zijn, zoals schadevergoeding in natura en de rechterlijke machtiging. Voorts wordt niet alleen gekeken naar het materiële recht, maar wordt ook consequent aandacht besteed aan de processuele dimensie, zoals de verdeling van de stelplichten en bewijslasten, de processuele rol van de rechter en het executierecht.
Naar zijn aard dwingt een promotieonderzoek naar een omvangrijk onderwerp binnen het tijdsbestek dat daarvoor staat de onderzoeker tot keuzes. Dit onderzoek heeft niet de pretentie om alle mogelijke nakomingsrechterlijke problemen te bespreken.
In deze studie ontbreekt in de eerste plaats een onderzoek naar de historische wortels van het recht op nakoming. Dit onderwerp verdient een zelfstandig onderzoek.3 In de tweede plaats blijft buiten beschouwing de werking van het recht op nakoming in faillissement en in driepartijenverhoudingen. Deze specifieke juridische contexten geven een eigen inkleuring aan het recht op nakoming, die buiten het terrein ligt waarop dit onderzoek zich begeeft. Hoewel het af en toe wordt aangestipt, vormt in de derde plaats het recht van de schuldenaar om na te komen (`right to cure', 'Recht zur zweiten Andienung') geen zelfstandig onderwerp van onderzoek. Dit onderwerp leent zich wellicht voor vervolgonderzoek. In de vierde plaats blijven de bepalingen van afdeling 6.1.6 BW onbesproken, omdat de rechtsvordering tot nakoming en niet de wijze waarop de schuldenaar vrijwillig aan zijn verbintenis kan voldoen (betaling) het onderwerp van onderzoek is.4 Ten slotte vindt geen bespreking plaats van de problematiek van de verjaring van de rechtsvordering tot nakoming.5