Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/5.3.2.8
5.3.2.8 Verhouding tussen art. 2:357 lid 4 en lid 6 BW
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652161:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
OK 5 oktober 2011 (r.o. 2.2-2.4), ARO 2011/152 (MEI); OK 14 oktober 2011 (r.o. 2.1), JOR 2012/10, m.nt. P.D. Olden (MEI); OK 3 mei 2012 (r.o. 2.2-2.3), ARO 2012/66 (Groene Energie).
In OK 30 oktober 2013 (r.o. 3.31), JOR 2013/337 (Novero) paste de Ondernemingskamer die regeling overigens rechtstreeks toe, voor de datum van inwerkingtreding, zie Josephus Jitta (onder 2) in zijn annotatie. Zie ook Hermans, Winters & Van der Schrieck 2014, p. 66.
Consultatiewetsvoorstel aanpassing enquêterecht van 29 oktober 2009, art. I, onder I, te raadplegen via www.internetconsultatie.nl.
Kamerstukken II 2010/11, 32887, 2, p. 4, waarin naar aanleiding van verschillende consultatiereacties ook de positie van de OK-beheerder werd meegenomen. Zie ook Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht 2010, p. 5; Leijten 2010, p. 64.
Mijns inziens vormen de kosten van verweer van een OK-functionaris als onkosten onderdeel van diens beloning als bedoeld in art. 2:357 lid 4 BW. Voor de verschuldigdheid van de kosten van verweer als onderdeel van de beloning van OK-functionarissen kan een toewijzingsbeschikking van de Ondernemingskamer wel nodig zijn (par. 5.3.2.2 en par. 5.3.2.3). Steun voor deze opvatting bieden MEI en Greenchoice, waarin de Ondernemingskamer oordeelde dat de kosten van verweer ingeval de OK-functionaris aansprakelijk wordt gesteld – gelet op hun aard en gelet op de aard van de benoemingen in het kader van een enquêteprocedure – in beginsel kunnen worden aangemerkt als kosten verbonden aan het uitoefenen van de betrokken functie die ten laste van de rechtspersoon behoren te komen.1 In MEI ging het daarbij om een bij onmiddellijke voorziening benoemde OK-beheerder; in Greenchoice over een bij onmiddellijke voorziening benoemde OK-bestuurder en OK-beheerder. Het huidige art. 2:357 lid 6 BW was op dat moment nog in voorbereiding.2
Hoewel de Ondernemingskamer niet uitdrukkelijk aansluiting zoekt bij art. 2:357 lid 4 BW, kan uit MEI en Greenchoice mijns inziens niettemin worden afgeleid dat de kosten van verweer als bedoeld in art. 2:357 lid 6 BW behoren tot de beloning van OK-functionarissen als bedoeld in art. 2:357 lid 4 BW, ook na inwerkingtreding van het huidige art. 2:357 lid 6 BW. Naar de verhouding tussen art. 2:357 lid 4 en lid 6 BW is in de parlementaire geschiedenis geen aandacht uitgegaan. Wel werd in het consultatiewetsvoorstel aanpassing enquêterecht voorgesteld een zin aan art. 2:357 lid 4 BW toe te voegen, niet een nieuw lid 6 te creëren.3 In het wetsvoorstel aanpassing enquêterecht werd uiteindelijk zonder nadere toelichting een nieuw lid 6 voorgesteld, niet de toevoeging van de regeling van de kosten van verweer aan lid 4.4 De door mij voorgestane uitleg van de verhouding tussen art. 2:357 lid 4 en lid 6 BW sluit ook aan bij de uitleg van art. 2:350 lid 3 BW, waarin de kosten van verweer van de onderzoeker op vergelijkbare wijze onderdeel vormen van de kosten van het onderzoek (par. 3.3.2.6).