Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.8.13.3:5.8.13.3 Gedeeltelijke erkenning van vorderingen?
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.8.13.3
5.8.13.3 Gedeeltelijke erkenning van vorderingen?
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648999:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Kamerstukken II 1983/84, 16551, nr. 6, p. 12.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bestaat er geen twijfel omtrent de hoogte van de gepretendeerde vordering, dan zal er weinig discussie zijn over de vraag voor welk bedrag zekerheid dient te worden gesteld. Aangenomen wordt dat zekerheid dient te worden verstrekt voor de gehele vordering.
De vraag kan echter worden gesteld of ook een gedeeltelijke gegrondverklaring van het verzet mogelijk is. In de parlementaire geschiedenis en de jurisprudentie zijn daarvoor geen aanwijzingen te vinden. In de parlementaire geschiedenis van artikel 2:100 lid 2 BW,1 de bepaling die model stond voor de verzetregeling van artikel 2:404 lid 4 BW, is opgemerkt dat verzet wordt toegewezen of afgewezen. Een tussenvariant lijkt niet te bestaan. Het is dus van belang dat wordt vastgesteld of een vordering bestaat en hoe hoog die vordering is. Wanneer dat eenmaal is gebeurd, zal voor de gehele vordering zekerheid dienen te worden gesteld. Er blijft geen stukje vordering over dat niet door de vervangende zekerheid wordt afgedekt of waarvoor de hoofdelijke aansprakelijkheid nog doorloopt.
Een andere vraag die niet direct door de wet, de wetsgeschiedenis of de rechtspraak wordt beantwoord, is de vraag of voor een hoger bedrag dan de uitstaande vordering zekerheid kan worden verlangd. Als niet-nakoming dreigt en daar aanzienlijke schade uit voort kan vloeien, is het voor een schuldeiser vervelend als hij op basis van de 403-vordering alleen verhaal kan halen voor de hoofdvordering en niet voor de geleden schade. Daarvoor moet hij dan – mogelijks tevergeefs – bij de voorheen vrijgestelde rechtspersoon aankloppen.