Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/8.3.3.1
8.3.3.1 Inleiding
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655732:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Wel teken ik hierbij aan dat het naar aanleiding van de uitspraak van de Supreme Court in de zaak Halliburton II onzeker is of deze ontwikkeling zich zal doorzetten. De Halliburton II-uitspraak bevat namelijk verschillende overwegingen waaruit is af te leiden dat in het kader van de fraud-on-the-market-theorie relatief snel is voldaan aan het vereiste van marktefficiëntie, zie Halliburton Co. v. Erica P. John Fund, Inc., 573 U.S. 258, 272-274 (2014). Zie over de consequenties van de Halliburton II-uitspraak in dit verband ook de uitspraken Waggoner v. Barclays PLC, 875 F.3d 79, 97-99 (2d Cir. 2017) (het certiorari-verzoek tegen deze uitspraak is afgewezen, zie 138 S. Ct. 1702 (2018)); In re Petrobras Securities Litigation, 312 F.R.D. 354, 371 (S.D.N.Y. 2016) (deze uitspraak is bevestigd door de Second Circuit, zie 862 F.3d 250 (2d Cir. 2017)); Carpenters Pension Trust Fund of St. Louis v. Barclays PLC, 310 F.R.D. 69, 78 and 84-85 (S.D.N.Y. 2015); Första AP-Fonden v. St. Jude Medical, Inc., 312 F.R.D. 511, 521 (D. Minn. 2015). Zie hierover in de literatuur Langevoort 2015, p. 53; Miller 2015, p. 64-65; Tabak 2015, p. 469-472; Gross 2015, p. 490-492; Murdock 2015, p. 555; Isaacson 2015, p. 962-967.
Zie voor de First Circuit de uitspraken In re PolyMedica Securities Litigation, 432 F.3d 1 (1st Cir. 2005) en In re Xcelera.com Securities Litigation, 430 F.3d 503 (1st Cir. 2005).
Zie voor de andere circuits bijvoorbeeld de uitspraken Newton v. Merrill Lynch, Pierce, Fenner & Smith, Inc., 259 F.3d 154 (3d Cir. 2001); Johnston v. HBO Film Mgmt., 265 F.3d 178 (3d Cir. 2001); Unger v. Amedisys Inc., 401 F.3d 316 (5th Cir. 2005); In re Countrywide Financial Corporation, 273 F.R.D. 586, 611-613 (C.D. Cal. 2009). Zie verder in dit verband ook de uitspraken van de Third Circuit in de zaken In re Burlington Coat Factory Securities Litigation, 114 F.3d 1410, 1425 (3d Cir. 1997) en In re Merck & Co., Inc. Securities Litigation, 432 F.3d 261, 269 (3d Cir. 2005), waarin de appelrechter het volgende overweegt: ‘We have defined an efficient market as that in which information important to reasonable investors (in effect, the market) is immediately incorporated into the stock prices.’
In re PolyMedica Securities Litigation, 432 F.3d 1, 14-15 (1st Cir. 2005). Zie ook de op dezelfde dag gewezen uitspraak In re Xcelera.com Securities Litigation, 430 F.3d 503, 509-511 (1st Cir. 2005).
Zie over deze zaak ook De Jong 2010, p. 237-238.
Een ontwikkeling die vanaf halverwege de jaren nul in de Amerikaanse lagere rechtspraak viel waar te nemen, was dat de eisen die in rechte aan (het bewijs van) marktefficiëntie werden gesteld, strenger leken te worden.1 Aanvankelijk speelde deze ontwikkeling alleen binnen de First Circuit, maar na verloop van tijd vielen er ook in de andere circuits sporen van te ontwaren.2,3 De nieuwe lijn werd ingezet in de bekende uitspraak van de First Circuit in de zaak In re Polymedica Securities Litigation.4 Deze zaak wordt in het hiernavolgende besproken.5