De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/5.3.4:5.3.4 De bedoeling van de wetgever: baten noch schulden
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/5.3.4
5.3.4 De bedoeling van de wetgever: baten noch schulden
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS391094:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 4.2.
Zie paragraaf 14.2.
Het is mij niet geheel duidelijk wat Kroeze bedoelt met ‘activa met een negatieve waarde’. Mijns inziens is dit een ‘contradictio in terminis’, net als het begrip ‘negatief eigen vermogen’ (Van Veen & Van der Zanden 2014, p. 30-31).
Rb. Zeeland-West-Brabant 11 februari 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:800.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de parlementaire geschiedenis volgt, als eerder beschreven,1 dat de turboliquidatie werd ingevoerd voor situaties waarin vennootschappen ten tijde van ontbinding geen baten hebben. Over het bestaan van schulden ten tijde van ontbinding wordt niets gezegd. Uit zowel de parlementaire geschiedenis als de letterlijke wettekst van artikel 2:19 lid 4 BW lijkt dus te volgen dat de turboliquidatie kan worden toegepast wanneer een BV schulden heeft (mits de BV ten tijde van ontbinding geen baten meer heeft). Gelet op de achterliggende gedachte van de minister bij de wetswijziging waarbij de mogelijkheid tot turboliquidatie werd ingevoerd, is het zeer onwaarschijnlijk dat deze situatie is doordacht. Misbruik van BV’s wordt hiermee als het ware bevorderd, terwijl het doel van de minister bij de wetswijziging mede het voorkomen van misbruik van lege BV’s was. Mijns inziens is de mogelijkheid tot turboliquidatie dan ook slechts bedoeld voor de situatie waarin een BV baten noch schulden heeft ten tijde van ontbinding. De wettekst van artikel 2:19 lid 4 BW dient daarom te worden aangepast.2
Ook Kroeze is van mening dat BV’s met schulden niet kunnen worden ontbonden door middel van een turboliquidatie. In dergelijke situaties dient ofwel een vereffening plaats te vinden, ofwel een faillissementsprocedure te worden gevolgd:
‘Ook als een rechtspersoon geen baten meer heeft, kan vereffening van zijn vermogen aangewezen zijn. (…) Zo is bij de aanwezigheid van activa met een negatieve waarde3 en van schulden vereffening, al dan niet in faillissement, geboden.’4
Recentelijk deed zich een zaak voor bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarin sprake was van een turbogeliquideerde BV waarvan vaststond dat deze ten tijde van ontbinding nog schulden had. Met betrekking tot de vraag of een BV met schulden kan worden ontbonden door middel van een turboliquidatie oordeelde de rechtbank als volgt:
‘Omdat toepassing van dit artikel in situaties waarin een vennootschap geen baten, maar alleen schulden heeft een gangbare praktijk is, ziet de rechtbank geen aanleiding ambtshalve, bij gebreke van debat tussen partijen, te onderzoeken of artikel 2:19 lid 4 BW, ondanks haar bewoordingen, aldus moet worden uitgelegd dat het alleen toepassing mag vinden indien een vennootschap geen baten en ook geen schulden heeft.’5