Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/7.4.3.1:7.4.3.1 Inleiding
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/7.4.3.1
7.4.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS305614:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 24, lid 5, OESO-modelverdrag luidt als volgt: ‘Enterprises of a Contracting State, the capital of which is wholly or partly owned or controlled, directly or indirectly, by one or more residents of the other Contracting State, shall not be subjected in the first-mentioned State to any taxation or any requirement connected therewith which is other or more burdensome than the taxation and connected requirements to which other similar enterprises of the first-mentioned State are or may be subjected’. Deze bepaling beschermt ‘enterprises of a Contracting State’. Deze staat wordt hierna aangeduid als ‘de situsstaat’. Art. 24, lid 5, OESO-modelverdrag verbiedt de situsstaat om ondernemingen van die staat die eigendom zijn van personen die inwoner zijn van de andere staat, fiscaal ongunstiger te behandelen dan soortgelijke ondernemingen. Op grond van deze bepaling is het verboden om ondernemingen van de situsstaat die eigendom zijn van personen, die inwoner zijn van de andere staat, geen aftrek toe te staan van rente als deze aftrek wel wordt toegestaan aan soortgelijke ondernemingen.
Hierna wordt eerst de vraag beantwoord of art. 24, lid 5, OESO-modelverdrag een vergelijking voorschrijft met een onderneming die eigendom is van inwoners van de situsstaat of met een onderneming die eigendom is van inwoners van een derde staat. Daarna wordt behandeld of elke verschillende behandeling naar gelang het kapitaal in handen is van inwoners van de situsstaat dan wel van de andere staat is verboden. Vervolgens komt de mogelijke samenloop tussen art. 24, lid 4 en 5, aan bod.