Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.4.5.5:2.4.5.5 Eis van onherroepelijkheid
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.4.5.5
2.4.5.5 Eis van onherroepelijkheid
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859302:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Vast. Boek 4 2002, p. 90.
Parl. Gesch. Inv. Boek 4 2003, p. 1174-1175. Vgl. ook p. 1172.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In navolging van het OBW is in het Ontwerp-Meijers en enkele gewijzigde ontwerpen die daarop zijn gevolgd, de eis van een onherroepelijke rechterlijke uitspraak niet nadrukkelijk in de wet opgenomen.1 Deze voorwaarde is – evenals bij de eerste twee onwaardigheidsgronden – ter verduidelijking toegevoegd bij de zevende nota van wijziging.2
Wanneer een veroordeling en strafbeschikking onherroepelijk zijn, is aan de orde gekomen in paragraaf 2.2.3.4 De opmerkingen in deze paragraaf over de vervolging na een strafbeschikking en de gevolgen daarvan voor onwaardigheid gelden hier in gelijke zin.
In het civiele recht is een uitspraak eveneens onherroepelijk indien daartegen geen gewoon rechtsmiddel (meer) openstaat. Dat wil zeggen dat geen verzet, hoger beroep of beroep in cassatie (meer) kan worden ingesteld.3