Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.2.4.4
11.2.4.4 Zekere mate van controle over de agent
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258339:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Canadian International Trade Tribunal of 16 september 1993, nrs. AP-92-193 and AP-92-215 (Radio Shack).
Canadian International Trade Tribunal of 27 juli 2000, nr. AP-98-098 (Sherson Marketing Corporation).
Canadian International Trade Tribunal of 27 October 1999, nr. AP-98-085 (Utex Corporation).
U.S. Court of International Trade of 22 May 1989, nr. 85-04-00593 (Moss Mfg. Co., Inc. v. United States).
Canadian International Trade Tribunal 11 februari 2004, nr. AP-2002-096 (Brown Shoe Shops Inc. and The commissioner of the Canada Customs and Revenue Agency).
Zie ook HQ ruling 1561151 zoals besproken in onderdeel 11.2.4.3.
Commentary 25.1. Third party royalties and licence fees - General commentary. (Adopted, 32nd Session, 15 April 2011, VT0800E1c).
Canadian International Trade Tribunal 1 november 1995, nr. AP-94-190 and AP-94-191 (Chaps-Ralph Lauren).
Naast de bonafide koper-agentrelatie, moet, ten tweede, de koper de mogelijkheid hebben om over de werkzaamheden van de agent een zekere mate van controle te kunnen uitoefenen. Factoren die bij de beoordeling een rol spelen zijn:
De wijze van betalen;
De agent kan de koper niet binden, tenzij hij daartoe is geautoriseerd;
De agent heeft geen controle over de productie van de goederen.
De factoren worden hierna nader toegelicht, waarbij ik opmerk dat bepaalde factoren overlap vertonen met de factoren ten aanzien van het vaststellen van een bonafide koper-agentrelatie.
i. Wijze van betalen
Voor de door haar verrichte diensten brengt de agent een vergoeding in rekening. Deze vergoeding ziet niet alleen op de feitelijk verrichte diensten alsook op de expertise van de agent:1
“The commissions paid to buying agents can and do reflect not only the specific activities that the agent may undertake for the importer but also, and perhaps more importantly, the experience of the agent and its knowledge and intelligence of the markets in question, the local business customs and language, contacts, sources of supply, etc..”
In bepaalde situaties kan de betaalde commissie hoger zijn dan de prijs die wordt betaald voor de ingevoerde goederen, al is dat niet gebruikelijk.2 Zoals uit het Hauptzollamt Karlsruhe tegen Gebrüder Hepp GmbH & Co. KG-arrest van het Hof van Justitie blijkt, kan een vergoeding één op één worden doorbelast zonder dat dit afbreuk doet aan de vergoeding als commissie. Dit is anders als door de doorbelasting de agent een financieel risico loopt of financieel voordeel behaald. Ook wanneer de betaling van de verkoper van de goederen deels een vergoeding vormt voor de diensten die de agent aan de koper van de ingevoerde goederen verricht is niet langer sprake van een inkoopcommissie, te meer als hierover geen inzicht wordt gegeven door de agent.3 Indien de verkoper de koper instrueert om een gedeelte van de vergoeding voor de goederen uit te betalen aan de agent van de koper, dan maakt die doorbetaling deel uit van de betaalde of te betalen prijs. De betaling wordt dan geacht ten goede te komen aan de verkoper.4
ii. Agent kan de koper niet binden, tenzij daartoe geautoriseerd
De agent staat het vrij om de koper te binden aan een koopovereenkomst, mits hij daartoe is geautoriseerd door de koper.5 De koper moet te allen tijde de uiteindelijke beslissing kunnen maken over de beoogde aankoop, te maken prijsafspraken en wie als afnemer wordt aangezocht. Indien hem die vrijheid niet toekomt, heeft de koper onvoldoende controle over de agent en is geen sprake van een inkoopcommissie.
iii. De agent heeft geen controle over de productie van de goederen
Een aanwijzing dat een zekere mate van controle over de agent wordt uitgeoefend, volgt bijvoorbeeld uit de situatie dat de agent geen controle heeft over de productie van de goederen. Deze aanwijzing kan worden afgeleid uit artikel 155, lid 2, van de Australian Customs Act. Daarin is onder andere vervat dat een betaling van een koper aan een agent niet kan worden aangemerkt als inkoopcommissie indien deze agent de goederen (ten dele) produceert of controle uitoefent over (een deel van) de productie.6 Ook wordt een vergoeding aan een agent niet als inkoopcommissie aangemerkt indien de agent diensten verricht van ‘dezelfde aard of soort’ als diensten die worden verricht die onderdeel uitmaken van het proces waarmee waarde aan de levering van of controle over de ingevoerde goederen wordt uitgeoefend.
Een en ander laat zich verhelderen door een voorbeeld. Indien een agent een koper vertegenwoordigt bij de aankoop van herenschoenen en zelf optreedt als producent van herenschoenen, maakt dat dat hij bij het aanzoeken van een verkoper van herenschoenen in mindere mate onafhankelijk is. Een ander voorbeeld betreft de situatie dat de agent be- of verwerkingsdiensten verricht aan de goederen ten behoeve van de verkoper. Op dat moment maken zijn diensten onderdeel uit van het proces waarmee waarde aan de ingevoerde goederen wordt toegevoegd. Ook hier kan worden aangenomen dat de agent in een dergelijke situatie niet ten volle de belangen van de koper behartigd.
De vraag daarbij is echter wanneer sprake is van ‘dezelfde aard of soort’. Hiervoor kan aansluiting worden gezocht bij artikel 15, lid 3, CVA. In dit artikel is opgenomen dat:
In deze Overeenkomst worden onder „goederen van dezelfde aard of soort” verstaan, goederen behorende tot een groep of assortiment van goederen, identieke of soortgelijke goederen daaronder begrepen, die door een bepaalde industrie of bedrijfstak worden voortgebracht.
Wanneer een agent aangezocht wordt voor de bemiddeling in de aankoop van herenschoenen en op hetzelfde moment fabrikant is van herenschoenen, is onmiskenbaar sprake van ‘dezelfde soort’. Indien de agent echter producent is van T-shirts, kan nog steeds worden betoogd dat sprake is van goederen van de ‘dezelfde soort’ in de zin van artikel 15, lid 3, CVA. Ik meen echter dat wanneer de bemiddelingsdiensten die de agent uitvoert geheel losstaan van zijn functie als producent van T-shirts, de daarvoor in rekening gebrachte vergoeding nog steeds als inkoopcommissie kan worden aangemerkt. Een en ander overigens onder de voorwaarde dat de agent transparant is over zijn betrekking als producent van T-shirts of andere soortgelijke goederen.
Zoals in onderdeel 11.2.4.3 aangegeven kan sprake zijn van een bonafide koper-agentrelatie als de agent tevens de licentiegever is van een royalty die betrekking heeft op de ingevoerde goederen. Dit kan evenwel voor problemen zorgen indien de licentiegever tevens controle uitoefent op de productie van de goederen. In Commentary 25.1 van de Technische commissie douanewaarde is opgenomen dat voor het beoordelen of een royaltybetaling in aanmerking genomen moet worden voor het bepalen van de douanewaarde, onder andere onderzocht moet worden of:7
“The royalty or licence agreement contains terms that permit the licensor to manage the production or sale between the manufacturer and importer (sale for export to the country of importation) that go beyond quality control.”
Indien blijkt dat de licentiegever deze bevoegdheden heeft, lijkt de royaltybetaling een voorwaarde voor de verkoop te vormen en moet de royaltybetaling in aanmerking worden genomen. De uitoefening van de controle op de productie van de goederen kan echter een aanwijzing vormen dat er in onvoldoende mate controle over de agent door de koper wordt uitgeoefend waardoor geen sprake is van een inkoopcommissie. Dit speelde bijvoorbeeld in de eerder aangehaalde zaak Utex Corporation, waar de aangezochte agent zijn taken delegeerde aan subagenten die in bepaalde gevallen vergoedingen verkregen van fabrikanten die ook aan Utex Corporation leverden.
In het Chaps-Ralph Lauren-arrest8 werd echter in voldoende mate aangetoond dat sprake was van controle over de agent, ondanks dat de agent verbonden is aan de licentiegever. Het Canadian International Trade Tribunal kwam tot dit oordeel, omdat de koper in kwestie de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid had over met welke fabrikant een contract wordt aangegaan, het type en de kwaliteit van de goederen, prijsafspraken en de wijze van transport van de goederen. Tot slot speelde mee dat de agent transparant handelde jegens de koper en laatstgenoemde op de hoogte was van de relatie tussen de agent en licentiegever.