Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden
Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/11.2.1:11.2.1 Onderzoeksvraag 1
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/11.2.1
11.2.1 Onderzoeksvraag 1
Documentgegevens:
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS449863:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoeverre leidt de aanwijzing van Natura 2000-gebieden tot knelpunten bij de vaststelling van beheerplannen?
In de paragrafen 2.3 en 2.4 zijn de hoofdlijnen van het (internationale) gebiedsbeschermende recht geanalyseerd. In paragraaf 3.6 is stilgestaan bij de wijze waarop de aanwijzing van de Nederlandse Natura 2000-gebieden verloopt.
De selectie van vogelrichtlijngebieden (hierna: Vrl-SBZ’s) en de aanmelding van habitatrichtlijngebieden (hierna: Hrl-SBZ’s) is afgerond. Dit betreft in totaal 162 verschillende gebieden. De aanwijzing van Natura 2000-gebieden door de Nederlandse overheid is nog gaande. Voor 154 gebieden zijn ontwerp-aanwijzingsbesluiten vastgesteld. In de herfst van 2013 waren 145 gebieden definitief aangewezen als Natura 2000-gebied. In vergelijking met de oorspronkelijke plannen is het aantal aan te wijzen Natura 2000-gebieden met vier naar beneden bijgesteld. Het is op basis van de Nbw 1998 verplicht om in een aanwijzingsbesluit instandhoudingsdoelstellingen voor alle habitats en soorten op te nemen. De Nederlandse overheid heeft gekozen voor een systeem van landelijke, regionale en lokale instandhoudingsdoelstellingen. De Vogel- en habitatrichtlijn (hierna: Vrl en Hrl) verplichten niet tot een dergelijke aanpak. Op basis van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nbw 1998) moet voor ieder aangewezen Natura 2000-gebied een beheerplan worden vastgesteld. Daarbij moeten de instandhoudingsdoelstellingen voor de kwalificerende habitats en soorten in acht worden genomen.
In de praktijk bestaat discussie over het aantal aan te wijzen gebieden. Daarnaast treden bij de aanwijzing van Natura 2000-gebieden allerlei problemen op zoals een te hoge stikstofdepositie en ontbreekt een concrete afstemming met de doelstellingen van de Kaderrichtlijn water (hierna: Krw). Tot voor kort verliep de aanwijzing van Natura 2000-gebieden traag. Mede als gevolg daarvan liep de vaststelling van beheerplannen ook vertraging op. Vanwege de belangrijke functie die het beheerplan vervult kunnen bij de bescherming van Natura 2000-gebieden knelpunten ontstaan. Hierdoor kunnen, vanwege de functie die het beheerplan vervult, knelpunten ontstaan bij de bescherming van Natura 2000-gebieden. Het beheerplan fungeert immers als een uitvoeringsprogramma voor het benodigde natuurbeheer. Daarnaast wordt dit plan ook gebruikt als een toetsingskader en beleidsregel voor het beoordelen van aanvragen voor een Nbw 1998-vergunning. De vergunningplicht van artikel 19d Nbw 1998 is niet van toepassing op projecten en andere handelingen die in een beheerplan zijn opgenomen.
Aanbeveling aan de praktijk
Het is noodzakelijk om de aanwijzing van Natura 2000-gebieden naar nationaal recht zo snel mogelijk af te ronden.
Aanbeveling aan de wetgever en de praktijk
De aanwijzing van Natura 2000-gebieden en de vaststelling van beheerplannen stokt mede als gevolg van uitvoeringsproblemen. Het verdient de aanbeveling om op korte termijn de Programmatische Aanpak Stikstof (hierna: PAS) definitief vast te stellen en de doelstellingen van de Krw zo veel mogelijk af te stemmen met de bescherming van Natura 2000-gebieden.