Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/6.3.1:6.3.1 Inleiding
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/6.3.1
6.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS582381:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 22 oktober 1993, NJ 1994, 94(Van Schijndel). Zie ook de noot van W.H.D. Asser, TvA 2001, p. 181-185.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wat is de betekenis voor de arbitrage van de lijdelijkheidsleer van Van Schijndel? Deze vraag stelt Snijders in zijn noot onder HR 25 februari 2000, NJ 2000, 340. Het is dan ook een vraag die de kern van het Benetton arrest raakt. Deze vraag is van belang voor het bepalen van de rol van de arbiter bij de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht. Voor de feiten in de zaak Van Schijndel en Van Veen/Stichting Pensioenfonds voor Fysiotherapeuten verwijs ik naar § 5.5.4.1