Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/6.3.2:6.3.2 Geldt de 'Schijndeliaanse leer' ook voor de arbitrage?
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/6.3.2
6.3.2 Geldt de 'Schijndeliaanse leer' ook voor de arbitrage?
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS582357:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 14 december 1995, gevoegde zaken C-430/93 en C-431/93 (Van Schijndel en Van Veen), Jur. 1995, p. 1-4705, NJ 1997, 116 m.nt. P.J. Slot en HJS onder HR 22 december 1995, NJ 1997, 118.
Zie ook Snijders in zijn annotatie onder HR 21 maart 1997, NJ 1998, 207(Eco Swiss/Benetton), sub 3e.
HR 25 februari 2000, NI 2000, 340 m.nt. HJS (Eco Swiss/Benetton), sub.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Volgens het eerdergenoemde Van Schijndel-arrest is fundamenteel Eu-recht zoals artikel 81 EG in het algemeen niet van openbare orde in de zin dat naleving ervan niet door beperkingen van procesrechtelijke aard zou mogen worden verhinderd.1 De hamvraag is nu of deze 'Schijndeliaanse leer' ook geldt voor de arbitrage. Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, moet de vordering van Benetton tot vernietiging van het arbitraal vonnis wegens strijd met de openbare orde worden afgewezen. Artikel 81 EG is dan immers niet van openbare orde.2 Zoals hierboven al is gebleken bij de bespreking van het Eco Swiss/Benetton-arrest, luidt het antwoord op deze vraag ontkennend.
Snijders vat het Eco Swiss/Benetton-arrest van het HvJ EG in zijn noot in drie pennenstreken bondig samen:3
'- Een scheidsgerecht kan men niet geheel gelijk stellen met een nationale rechterlijke instantie; zo mag een scheidsgerecht geen prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie stellen.
Vernietiging van een arbitraal vonnis wegens schending van een gemeenschapsbepaling als art. 81 moet mogelijk zijn op dezelfde voet als vernietiging wegens schending van de openbare orde. De Hoge Raad trekt als consequentie in zijn vervolgbeschikking dan ook dat art. 81 EG van openbare orde is in de zin van art. 1065 Rv.
Een exequatur aan een arbitraal vonnis moet wegens schending van een gemeenschapsbepaling als art. 81 op dezelfde voet onthouden kunnen worden.'