Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/3.7
3.7 Gezichtspunten van de schadeverzekeraar bij het kiezen tussen de toezichtrechtelijke route en de civielrechtelijke route
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS950464:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Op de herverzekeraar ga ik hier niet verder in. Een portefeuilleoverdracht door een herverzekeraar via de toezichtrechtelijke route komt in de praktijk bijna nooit voor. Zie hoofdstuk 1.6 voor de achtergrond daarvan.
Ik beschrijf daar dat het bij de toezichtrechtelijke route in theorie mogelijk is dat een belanghebbende het instemmingsbesluit van DNB in een bestuursrechtelijke procedure aantast. Dit zou leiden tot nietigheid van de portefeuilleoverdracht. Dit risico bestaat niet bij de civielrechtelijke route. Daarbij is immers geen sprake van een besluit van DNB over de portefeuilleoverdracht. Anderzijds moet er dan echter rekening mee worden gehouden dat een deel van de polishouders mogelijk geen medewerking wil verlenen aan de portefeuilleoverdracht.
Boshuizen 2001, p. 263; Boshuizen en Jager 2010, p. 247; Boshuizen, Jager en Van Asch, in: Toezicht financiële markten, art. 3:114 Wft, aant. 6.
Art. 7:933 BW en het Besluit van 25 januari 2011, houdende regels inzake de verzending van mededelingen langs elektronische weg in het kader van een verzekeringsovereenkomst (Besluit elektronische mededelingen in het kader van een verzekeringsovereenkomst) (Staatsblad 2011, 20). Zie voor een verdere bespreking van deze algemene maatregel van bestuur hoofdstuk 7.6 van dit onderzoek.
Het is bij een portefeuilleoverdracht overigens ook mogelijk om een deel van de verzekeringsportefeuille over te dragen. Dat deel van de verzekeringsportefeuille moet dan worden gesplitst in een deel van de verzekeringsportefeuille dat wel toestemming heeft gegeven voor mededelingen langs elektronische weg en het deel dat daarvoor geen toestemming heeft gegeven.
Zie r.o. 4.10 in Rb. Rotterdam 13 februari 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:914 en Rb. Rotterdam 13 februari 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:915, JOR 2023/105, m.nt. A.M.M. Menken; PJ 2023/39, m.nt. S.H. Kuiper; Van Wijk, Vervuurt en Hamelijnck, VAST 2023/B-012; Pensioenrecht Updates 2023/30 (Eisers/DNB): “Volgens de op de website van DNB geplaatste brochure “Toelichting bij aanvraagformulier voor instemming met een overdracht van de gehele of gedeeltelijke portefeuille verzekeringsverplichtingen (portefeuilleoverdracht)” vult DNB “op andere door DNB te bepalen wijze” in de praktijk in door publicatie in enkele (in beginsel 3) dag- en/of vakbladen of door middel van een brief aan alle polishouders van wie de verzekering wordt overgedragen. Ter zitting heeft DNB hierover verklaard dat in verband met de daaraan voor de verzekeraar verbonden kosten voor de tweede optie in beginsel alleen wordt gekozen als er weinig polishouders zijn.”
Zie hierover hoofdstuk 1.5 van dit onderzoek.
Zie hierover hoofdstuk 1.5 van dit onderzoek.
Zie hoofdstuk 3.6.
Daarbij is bepalend voor de dekking dat de schade binnen de duur van de contractstermijn is veroorzaakt. In de polisvoorwaarden staat dat de verzekerden verzekerd zijn voor aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt of ontstaan tijdens de verzekeringsduur. Het feit dat de overeenkomst op de contractsvervaldatum eindigt, brengt dan dus niet mee dat de dekking is geëindigd. Bij een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren is op die verzekering dus ook het zogenoemde “uitlooprisico” gedekt. Het is dus mogelijk dat er (lang) na afloop van de verzekeringsovereenkomst alsnog een schade bij de schadeverzekeraar wordt gemeld en dat deze verplicht is deze schade te vergoeden.
Het leek mij overzichtelijk om dit hoofdstuk af te sluiten met een opsomming van de gezichtspunten die een schadeverzekeraar1 kan meewegen bij het kiezen tussen de toezichtrechtelijke route van §3.5.1a.1 Wft en de civielrechtelijke route van art. 6:159 BW. Dit betreft overwegingen op basis van hoofdstuk 1 tot en met 3 van dit onderzoek. Voor een additioneel, actueel gezichtspunt verwijs ik naar hoofdstuk 6.6.7 van dit onderzoek.2 Met name in het geval van een kleine verzekeringsportefeuille kan de civielrechtelijke route eventueel “aantrekkelijker” en “efficiënter” zijn dan de toezichtrechtelijke route.3
1. Het eerste gezichtspunt heeft betrekking op de kosten verbonden aan de civielrechtelijke respectievelijk toezichtrechtelijke route. Bij toepassing van de civielrechtelijke route is de medewerking van de polishouders vereist. De verzekeraar zal e-mailberichten en brieven moeten versturen waarin hij mededeling doet van de voorgenomen portefeuilleoverdracht.4 Hij mag alleen een elektronische mededeling versturen aan polishouders die daarvoor toestemming hebben gegeven. Aan de overige polishouders zal hij een brief moeten sturen.5 De wijze waarop een polishouder medewerking verleent, is wel vormvrij. Het versturen van e-mailberichten en brieven is voor de verzekeraar geen aantrekkelijke optie indien het om een grote verzekeringsportefeuille gaat. De verzekeraar moet dan immers kosten maken om te onderzoeken welke polishouders hebben toegestemd in mededelingen langs elektronische weg en welke polishouders dat niet hebben gedaan. Het is bewerkelijk om de desbetreffende grote adresbestanden zorgvuldig samen te stellen.6 Met de polishouders die geen toestemming hebben gegeven voor mededelingen langs elektronische weg mag hij alleen per brief contact opnemen. Hij moet dan kosten maken om brieven te laten drukken en hij heeft kosten in verband met het frankeren van die brieven. Bij een grote verzekeringsportefeuille zal de civielrechtelijke route daarom sneller onaantrekkelijk zijn. Bij toepassing van de toezichtrechtelijke route mag de verzekeringnemer immers tot nu toe meestal van de portefeuilleoverdracht op de hoogte worden gesteld door advertenties in de Staatscourant en drie landelijke dagbladen.7 In hoeverre dit argument om bij grote verzekeringsportefeuilles te kiezen voor de toezichtrechtelijke route zal blijven gelden, hangt er uiteraard wel vanaf in welke mate DNB, na de in hoofdstuk 1.4 en 1.5 besproken uitspraken van de Rechtbank Rotterdam van 13 februari 2023, voortaan opdracht zal geven om individuele kennisgevingen te versturen in plaats van advertenties te plaatsen in drie landelijke dagbladen.
2. Ook de contractstermijnen en opzegtermijnen in de schadeverzekeringsovereenkomsten in de desbetreffende verzekeringsportefeuille kunnen een rol spelen bij de keuze. In het geval dat een schadeverzekeraar een verzekeringsportefeuille overdraagt met toepassing van de toezichtrechtelijke route hebben de verzekeringnemers op grond van art. 3:120 lid 7 Wft gedurende drie maanden een opzegrecht.8 Dit recht hebben zij niet als de civielrechtelijke route wordt gevolgd. In het geval van lange contractstermijnen in de verzekeringsportefeuille kunnen de economische gevolgen van het toepassen van de toezichtrechtelijke route dus relatief groot zijn. Deze verzekeringnemers krijgen dan immers een opzegrecht dat zij zonder de toepassing van de Wft niet zouden hebben gehad.
3. Het derde gezichtspunt is in welke mate hij met betrekking tot de over te dragen schadeverzekeringen in staat is te voorkomen dat de verzekeringsportefeuille krimpt ten gevolge van de portefeuilleoverdracht. De schadeverzekeraar zal beginnen met een inschatting van het verlies aan polishouders door het volgen van de ene of de andere route. Hij zal waarschijnlijk proberen in te schatten hoeveel verzekeringnemers bij toepassing van de toezichtrechtelijke route mogelijk gebruik maken van hun opzegrecht op grond van art. 3:120 lid 7 Wft,9 nadat hij advertenties in de Staatscourant en drie landelijke dagbladen heeft gezet. Vervolgens zal hij een inschatting maken hoeveel polishouders bij toepassing van de civielrechtelijke route zullen laten weten geen medewerking te verlenen, indien hij e-mailberichten en brieven verstuurt. De economische gevolgen van dat laatste scenario hangen ook af van de vraag in welke mate hij inspanningen kan verrichten om polishouders alsnog medewerking te laten verlenen en of de polissen van polishouders die geen medewerking willen verlenen (en die dus achterblijven bij de overdragende schadeverzekeraar) vervolgens door die schadeverzekeraar op de prolongatiedatum zullen worden opgezegd. Bij een kleine verzekeringsportefeuille zal het eenvoudiger zijn om persoonlijk contact op te nemen met polishouders die geen medewerking willen verlenen om hen te bewegen dat alsnog te doen, dan bij een grote verzekeringsportefeuille.
4. Ook kan een rol spelen dat de overdragende schadeverzekeraar deze bedrijfsvoering onmiddellijk wil kunnen staken. Bij toepassing van de civielrechtelijke route blijven polissen van polishouders die geen medewerking willen verlenen achter bij de overdragende verzekeraar. Indien hij deze verzekeringsovereenkomsten wil opzeggen, zal hij de opzegtermijnen in de overeenkomsten moeten respecteren. Indien het lange opzegtermijnen betreft, blijft hij nog gedurende die termijnen de verzekeraar. Het is goed mogelijk dat hij de bijbehorende inspanningen niet wil verrichten. Zelfs indien hij werkzaamheden uitbesteedt aan de verkrijgende verzekeraar, blijft hij daarvoor toch formeel verantwoordelijk. Maar ook indien het gaat om overeenkomsten met korte opzegtermijnen kunnen er aan zijn kant redenen zijn waarom hij niet de verzekeraar wil blijven.
5. DNB houdt toezicht op de portefeuilleoverdracht met toepassing van de toezichtrechtelijke route. In het geval van toepassing van de civielrechtelijke route bij de overdracht van schadeverzekeringen is er geen sprake van toezicht van DNB op de portefeuilleoverdracht. Ik veronderstel dat dit verschil maar in beperkte mate invloed zal hebben op de keuze van een schadeverzekeraar om het ene of het andere proces te volgen bij een portefeuilleoverdracht, gelet op het doorlopend toezicht van DNB op veel van de verzekeraars.
6.10 Voor een schadeverzekeraar zal het in beginsel geen optie zijn om een e-mailbericht of brief te versturen aan alle polishouders waarvan de duur van de verzekeringsovereenkomst (al lang) is verstreken om hun medewerking of toestemming te vragen. Dat maakt de civielrechtelijke route onaantrekkelijk in het geval van een portefeuilleoverdracht van schadeverzekeringen die op grond van het “act committed-systeem” zijn gesloten, met name dus in het geval van aansprakelijkheidsverzekeringen voor particulieren.11 In het geval van een portefeuilleoverdracht volgens de toezichtrechtelijke route kunnen niet alleen rechten en verplichtingen krachtens schadeverzekeringsovereenkomsten die tot de portefeuille behoren worden overgedragen, maar ook rechten en verplichtingen krachtens schadeverzekeringsovereenkomsten die tot de portefeuille hebben behoord.