Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/11.7:11.7 Samenvatting en conclusies
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/11.7
11.7 Samenvatting en conclusies
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977271:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vrijheid van onderwijs (artikel 23 Gw) en de democratisch-rechtsstatelijke vereisten begrenzen de ruimte in onze rechtsorde van de invoering en inrichting van burgerschapsvorming. Zo is bijvoorbeeld onderwijs dat de rechtsstatelijke beginselen ondermijnt in strijd met de basiswaarden van onze democratische rechtsstaat en plurale samenleving, en expliciet of impliciet in verschillende wettelijke regelingen uitgesloten. Met deze absolute ondergrens is echter nog niet voldoende aangegeven hoever de wetgever dan wel mag gaan bij het voorschrijven van de burgerschapsvorming, binnen de grenzen en reikwijdte van artikel 23 Gw en de democratisch-rechtsstatelijke vereisten. Voor de toerusting van de leerlingen met de kennis van de democratische rechtsstaat en de daarmee verbonden sociale en communicatieve vaardigheden is binnen deze grenzen naar mijn oordeel evenwel voldoende ruimte.
De codificatie van de burgerschapsvorming als doelbepaling, thema en kennisgebied of vak burgerschap beperkt de vrije ruimte voor de schooleigen invulling niet onaanvaardbaar, zolang de burgerschapsvorming binnen de grenzen van artikel 23 en de democratisch-rechtsstatelijke vereisten blijft. Staatspedagogiek is uit den boze, evenals de voorschriften voor en over de curricula die de vrijheid van (in)richting niet eerbiedigen. De scholen zijn relatief vrij om de burgerschapsvorming school eigen in te vullen.
De beperkingen liggen dan met name in de grenzen en de reikwijdte van artikel 23 lid 5 en 6 Gw (deugdelijkheids- en bekostigingsvoorwaarden) en de democratisch-rechtsstatelijke vereisten. Bij de burgerschapsvorming dient het antidemocratisch onderwijs in ieder geval als ondeugdelijk aangemerkt te worden, als strijdig met artikel 23 Gw en de kernwaarden van de democratische rechtsstaat. De schooleigen invulling mag ook geen vrijbrief zijn voor het onderwijs dat strijdig is met de openbare orde en veiligheid (artikel 2:20 BW) en een veilige schoolcultuur, waarvoor het bevoegd gezag in 2021 een wettelijke zorgplicht kreeg.
De schooleigen invulling van burgerschapsvorming krijgt in de wet- en regelgeving de nodige (pedagogische en bestuurlijke) ruimte conform artikel 23 Gw. Het onderscheid tussen de wettelijke burgerschapsopdracht en de schooleigen invulling bestaat expliciet sinds 2006, met de inwerkingtreding van de Wet bevordering actief burgerschap en sociale cohesie, gevolgd door de Wet verduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen (2021). De toerusting met de democratische kwalificaties van kennis, inzicht en vaardigheden zijn in het wettelijk kader gegoten.
De dominante vakkenstructuur, de studeerbaarheid en de vergroting van de doorwerking van de burgerschapsvorming als sociale leeropbrengst vragen om de vastlegging van een apart kennisgebied en vak burgerschap, dat maatschappelijke verhoudingen, waaronder staatsinrichting (Wpo), geschiedenis, waaronder staatsinrichting (Wec), staatsinrichting (onderbouw, Wvo) en maatschappijleer (Wvo) vervangt. Vervolgens moet de vastlegging van het kennisgebied en vak burgerschap doelgericht en samenhangend met de algemene doelbepaling en de burgerschapsthema's in andere vakken geschieden.
In de Wet verduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen in het funderend onderwijs (2021) is de plicht om respect te hebben voor de gelijkheid van mensen (artikel 1 Gw) vastgelegd. Het toetsen van een acceptatieplicht met betrekking tot de toelating - ten behoeve van de bestrijding van de segregatie - van leerlingen met de grenzen en de reikwijdte van artikel 23 Gw en de vereisten van de democratische rechtsstaat levert strijd op met de vrijheid van onderwijs sinds 1887. Vandaar dat de betreffende motie-Van den Hul door de regering is ontraden. Voor de schooleigen invulling is de vrijheid van (in)richting (artikel 23 Gw) het kompas.