Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/5.7.1.0:5.7.1.0 Introductie
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/5.7.1.0
5.7.1.0 Introductie
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS414998:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Notitie TWK p. 3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de Notitie TWK wordt ervan uitgegaan dat het in geval van misbruik en oneigenlijk gebruik van wetgeving is toegestaan dat de wetgever met terugwerkende kracht ingrijpt:1
‘Een voldoende rechtvaardiging voor het verlenen van terugwerkende kracht kan bestaan indien het gaat om regelingen die misbruik of oneigenlijk gebruik beogen tegen te gaan, waarbij snel ingrijpen van de wetgever is geboden ter wille van een rechtvaardige belastingheffing.’
Voldoende rechtvaardiging voor het verlenen van terugwerkende kracht betekent indirect dat de staatssecretaris ervan uitgaat dat misbruik en oneigenlijk gebruik de invoering van onvoorziene wetswijzigingen met terugwerkende kracht kunnen legitimeren. In de inleiding bij par. 5.6 heb ik uiteengezet dat bepaalde gebeurtenissen ertoe kunnen leiden dat een wetswijziging voorzienbaar wordt. Het gaat hierbij om objectief waarneembare gebeurtenissen, zoals het verschijnen van een persbericht. De vraag rijst of ‘misbruik’ en oneigenlijk gebruik’ ook tot deze gebeurtenissen mogen worden gerekend. Om deze vraag te kunnen beantwoorden moet eerst worden vastgesteld wat onder ‘misbruik’ en ‘oneigenlijk gebruik’ moet worden verstaan (par. 5.7.1.1). In par. 5.7.1.2 bespreek ik wat mijns inziens de rol van misbruik en oneigenlijk gebruik is binnen de werking van het beginsel van eerbiediging van gerechtvaardigde verwachtingen.