Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/6.2.1:6.2.1 Uitgangspunt 1: voor de invulling van het opzetbegrip wordt in het fiscale boeterecht aansluiting gezocht bij het fiscale strafrecht
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/6.2.1
6.2.1 Uitgangspunt 1: voor de invulling van het opzetbegrip wordt in het fiscale boeterecht aansluiting gezocht bij het fiscale strafrecht
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS565029:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 22 september 1999, BNB 2000/122, ECLI:NL:HR:1999:AA2870, r.o. 3. Zie hoofdstuk 3, paragrafen 3.4 en 3.6.
Zie hoofdstuk 4, paragraaf 4.4.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de eerste plaats ga ik ervan uit, in navolging van een arrest van de belastingkamer van de Hoge Raad uit 1999,1 dat voor de invulling van het opzetbegrip in het fiscale boeterecht wordt aangesloten bij het fiscale strafrecht, ook in de situatie waarin de onjuiste aangifte is gebaseerd op een naar objectieve maatstaven pleitbaar standpunt.
Dit heeft tot gevolg dat opzet uitsluitend aan de hand van het weten en het willen van de belastingplichtige moet worden vastgesteld. De belastingrechter moet derhalve steeds, ook als een naar objectieve maatstaven pleitbaar standpunt voorhanden is, beoordelen of de belastingplichtige op het moment van het doen van de aangifte heeft geweten en gewild dat zijn aangifte onjuist is, of bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn aangifte onjuist is. Zodra is bewezen dat de belastingplichtige op het moment van het doen van zijn aangifte heeft geweten en gewild dat zijn aangifte onjuist is of bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn aangifte onjuist zou zijn, is de conclusie dat er sprake is van opzet in beginsel onontkoombaar. Straffeloosheid kan dan vervolgens nog worden bereikt door de toepassing van een strafuitsluitingsgrond.
Strafuitsluitingsgronden echter nemen het eenmaal vastgestelde opzet in beginsel niet meer weg maar sluiten de strafrechtelijke aansprakelijkheid uit.
Er is derhalve in het fiscale boeterecht geen ruimte meer om de gedragsnorm dat een belastingplichtige bij een pleitbaar standpunt zonder meer redelijkerwijs kan menen juist te handelen nog in opzetsituaties te laten gelden.2 Deze gedragsnorm kan nog wel worden toegepast als opzet niet kan worden vastgesteld. Later in dit hoofdstuk, in paragraaf 6.1, wordt hier op teruggekomen.