Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/4.4.1.2
4.4.1.2 Toestemming voor schuld- of contractsoverneming: art. 6:236 sub e BW
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS386867:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie Wessels & Jongeneel 1997, p. 145-147.
Zie bijlage paragraaf 52 'Specifieke bedingen', onderdeel G. Verplichtingen van de ISP.
Zie hoofdstuk 5 'Beëindigen van 'sr-overeenkomsten'.
Deze woorden brengen volgens Wessels en Jongeneel tot uitdrukking dat de overeenkomst op elk door de wederpartij gewenst moment de bevoegdheid geeft de overeenkomst door ontbinding te beëindigen. Zie Wessels & Jongeneel 1997, p. 146.
Zie bijlage paragraaf 52 'Specifieke bedingen', onderdeel G. Verplichtingen van de ISP.
Zie bijlage paragraaf 52 'Specifieke bedingen', onderdeel G. Verplichtingen van de ISP.
Art. 6:236 sub e BW acht een beding onredelijk bezwarend dat de ISP toestemming geeft om de verplichtingen uit de overeenkomst op een derde te doen overgaan door een schuld- en contractsoverneming, zoals geregeld in afdeling 6.2.3 BW.1 Deze bepaling wil voorkomen dat de wederpartij onverwacht met een derde blijkt te hebben gecontracteerd, die de wederpartij om redenen van kredietwaardigheid, betrouwbaarheid of anderszins niet als contractpartij zou hebben geaccepteerd. Dit verbod is relatief aangezien art. 6:236 sub e BW een drietal uitzonderingen toelaat:
'Tenzij de wederpartij te allen tijde de bevoegdheid heeft de overeenkomst te ontbinden, of de gebruiker jegens de wederpartij aansprakelijk is voor de nakoming door de derde, of de overgang plaatsvindt in verband met de overdracht van een onderneming waartoe zowel die verplichtingen als de daartegenover bedongen rechten behoren.'
Art. 10 van de ledenovereenkomst van Compuserve heeft betrekking op de overdracht van verplichtingen en rechten van de 5P.2 De in art. 6:236 sub e BW genoemde uitzonderingen staan echter niet in het beding vermeld. Compuserve bepaalt in art. 8 van haar algemene voorwaarden dat de klant op elk moment op welke grond dan ook de overeenkomst kan beëindigen, weliswaar met inachtneming van een opzegtermijn van dertig dagen.3 Mocht het tot een geschil komen omtrent het beding in art. 10 dan is de genoemde wettelijke uitzondering dat de wederpartij te allen tijde de bevoegdheid heeft de overeenkomst te ontbinden mijns inziens op het beding van toepassing en hoeft de klant de termijn van dertig dagen niet in acht te nemen. Uit de bepaling 'te allen tijde' maak ik op dat deze uitzondering van dwingend recht is.4 Men is niet verplicht om de wet over te schrijven in zijn algemene voorwaarden en te bepalen dat de wederpartij in dit geval een ontbindingsbevoegdheid heeft, het beding van Compuserve is zodoende niet onredelijk bezwarend. isP's doen er echter wel verstandig aan om in verband met de duidelijkheid een ontbindingsbevoegdheid uitdrukkelijk in hun algemene voorwaarden op te nemen. De bepaling in het beding van Compuserve, dat het zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van CIS voor de klant niet is toegestaan om zijn rechten en plichten onder de overeenkomst over te dragen of daar afstand van te doen, is mijns inziens redelijk, omdat de gebruiker van de voorwaarden, in dit geval Compuserve, zijn oordeel moet kunnen geven over de overdracht of afstand door een klant.5
@Home heeft een beding over overdracht in haar algemene voorwaarden opgenomen in art. 18 lid 2.6 Het beding is onvoldoende duidelijk geformuleerd omdat de in art. 6:236 sub e BW genoemde uitzonderingen niet in het beding staan vermeld en ook niet uit de overige inhoud van de algemene voorwaarden kunnen worden opgemaakt. Dat laatste is bij de algemene voorwaarden van Compuserve wel het geval. Er is bij @Home echter sprake van overdracht van rechten en verplichtingen aan een groepsmaatschappij. Een groep is een economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden (art. 2:24b BW). Er is zodoende geen sprake van overdracht aan een derde, die als onafhankelijke buitenstaander is te beschouwen.
Uit het beding in art. 18 sub c van de algemene voorwaarden van Vuurwerk zou kunnen worden opgemaakt dat de overgang van de rechten en verplichtingen plaatsvindt in verband met de overdracht van een onderneming waartoe zowel die verplichtingen als de daartegenover bedongen rechten behoren.7 Er is dan sprake van één van de genoemde uitzonderingen in art. 6:236 sub e BW die door de ISP expliciet wordt verwoord in de algemene voorwaarden. Het beding acht ik daarom niet onredelijk bezwarend op grond van art. 6:236 sub e BW.