Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/5.2.7.11
5.2.7.11 Beperkte bevoegdheden van OK-beheerders
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652367:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Leijten (onder 11 en 16) in zijn annotatie bij OK 30 april 2019, JOR 2019/187 (Bloembollenbedrijf Brouwer) neemt aan dat daartoe ook het agenderingsrecht en het recht op schadeloosstelling als bedoeld in art. 2:333h BW; art. 2:334ee1 BW behoren. Zie instemmend ten aanzien van het agenderingsrecht Van Emden & Wareman 2020, p. 36, die bovendien menen dat een aandeelhouder – naast de OK-beheerder – is gerechtigd een aandeelhoudersvergadering bijeen te roepen; Josephus Jitta 2022, p. 840-841, die meent dat een aandeelhouder het stemrecht zou moeten hebben bij de stemming over een in het kader van de Wet homologatie onderhands akkoord (Stb. 2020, 414; Stb. 2020, 415) aangeboden akkoord. Zie ook Wareman 2020, p. 16; Rutten 2021, p. 170.
Leijten (onder 14-15) in zijn annotatie bij OK 30 april 2019, JOR 2019/187 (Bloembollenbedrijf Brouwer) neemt aan dat daaronder ook uitkeringen uit de reserves, het recht op een evenredig deel van het liquidatiesaldo, de bevoegdheid van de aandeelhouder om vernietiging van een nationale fusie of splitsing of vervangende schadevergoeding te vorderen en de enquêtebevoegdheid vallen. Volgens Van Emden & Wareman 2020, p. 36 past het in dit kader ook de aandeelhouder in beginsel uit te nodigen de algemene vergadering bij te wonen met de mogelijkheid daar vragen te stellen (zij het zonder stemrecht). Nethe 2022, p. 931 meent dat het recht om op te komen tegen door een vereffenaar afgelegde rekening en verantwoording ook bij de aandeelhouder blijft.
Het definitief scheiden van aandeelhouders is nog wel mogelijk door middel van een activa/passiva-transactie, een minnelijke regeling of een ruziesplitsing, zie mijn annotatie (onder 3.2) bij OK 4 januari 2021, Ondernemingsrecht 2021/85 (Royaums), met verwijzingen.
OK 30 april 2019 (r.o. 3.9), JOR 2019/187, m.nt. A.F.J.A. Leijten (Bloembollenbedrijf Brouwer), bevestigd in OK 4 juni 2019 (r.o. 3.11), JOR 2020/29, m.nt. R.G.J. de Haan (Gierkink Beheer); OK 8 juli 2019 (r.o. 3.17), JOR 2019/279, m.nt. M.H.C. Sinninghe Damsté (DEM). Zie ook Rb. Noord-Holland 5 december 2018 (r.o. 2.4), JOR 2019/186, m.nt. A.F.J.A. Leijten (onder JOR 2019/187) (Bloembollenbedrijf Brouwer). Zie voor kritiek op Bloembollenbedrijf Brouwer Perrick 2020, p. 10-11, voetnoot 49 en p. 48-49, waartegen Josephus Jitta 2022, p. 837-838. Volgens Sinninghe Damsté & Kemp 2020, p. 79 verdient het aanbeveling, wanneer partijen voorzien dat dit nodig is, de Ondernemingskamer te vragen ook andere vennootschapsrechtelijke gevolgen van het overdragen van aandelen ten titel van beheer te regelen.
Van Wijk 1996, p. 373-374, die overigens een wettelijke regeling bepleitte. Zie ook Westbroek, in: Geens e.a. 1991, p. 13.
Zie ook Josephus Jitta 2022, p. 838-839. Zie in dit verband verder nog Hanegraaf 2020b, p. 335-336, die Bloembollenbedrijf Brouwer niet zodanig concreet vindt dat een OK-beheerder en aandeelhouders daarmee in de praktijk uit de voeten kunnen, en bepleit dat de Ondernemingskamer bij de benoeming van een OK-beheerder zo exact mogelijk omschrijft wat diens bevoegdheden zijn, althans een soort Leidraad voor OK-beheerders ontwikkelt.
In Bloembollenbedrijf Brouwer oordeelde de Ondernemingskamer dat de overdracht van aandelen ten titel van beheer op de voet van art. 2:349a BW of art. 2:356 sub e BW niet meebrengt dat de aandelen in goederenrechtelijke zin tot het vermogen van de OK-beheerder gaan behoren. In de context van het enquêterecht is sprake van een rechtsfiguur sui generis. De Ondernemingskamer oordeelde dat de voorziening overdracht van aandelen ten titel van beheer bewerkstelligt dat de aan de aandelen verbonden vennootschapsrechtelijke bevoegdheden (waaronder het vergaderrecht en het stemrecht)1 tijdelijk zijn overgedragen aan de OK-beheerder, maar dat de overige aandeelhoudersrechten (waaronder het recht op dividend, voorkeursrechten en rechten in het kader van de geschillenregeling en de uitkoopprocedure)2 bij de aandeelhouder blijven. De OK-beheerder is dan ook niet bevoegd over de aan hem in beheer gegeven aandelen te beschikken; die bevoegdheid blijft bij de aandeelhouder.3 Beslag, executie, bezwaring en vervreemding van aandelen raken het beheer niet. Een en ander laat overigens onverlet dat de Ondernemingskamer zo nodig de (vennootschapsrechtelijke) gevolgen van een door haar getroffen voorziening van overdracht van aandelen ten titel van beheer nader kan regelen (met (analoge) toepassing van art. 2:357 lid 2 BW).4 Met Bloembollenbedrijf Brouwer geeft de Ondernemingskamer uitvoering aan de door Van Wijk verdedigde uitleg van de positie van de OK-beheerder.5
De hiermee ingezette lijn biedt OK-beheerders bescherming, omdat taken en bevoegdheden bij OK-beheerders worden weggenomen. Waar taken en bevoegdheden niet bij OK-beheerders liggen, kunnen hierover ook geen geschillen ontstaan met OK-beheerders. Het risico op aansprakelijkstellingen kan daarmee afnemen. Wel kan na Bloembollenbedrijf Brouwer nog discussie ontstaan over wat de reikwijdte is van het begrip vennootschapsrechtelijke bevoegdheden.6