Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/5.3.1.3:5.3.1.3 Fasen in de totstandkoming van de verklaring
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/5.3.1.3
5.3.1.3 Fasen in de totstandkoming van de verklaring
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook hetgeen hieromtrent in hoofdstuk 6 is opgemerkt. De verklaring wordt ook wel enger opgevat, namelijk die passages die door de rechter voor het bewijs worden gebruikt.
Dit patroon zien we in grote lijnen ook terug in het proefschrift van Doornbos uit 2006, waar het gaat om wijze waarop de Immigratie- en Naturalisatiedienst de geloofwaardigheid en aannemelijkheid van asielverzoeken vaststelt op basis van zogenaamde asielgehoren.
Haket 2007, p. 64 e.v.
Komter 2001, p. 31 en Komter 2011, p. 29.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het proces van totstandkoming van een getuigenverklaring kunnen analytisch verschillende fasen of momenten worden onderscheiden die samenhangen met het episodisch karakter van het strafproces. Het beginpunt in de totstandkoming van een voor het bewijs bruikbare getuigenverklaring zijn waarnemingen gedaan door een persoon van een strafrechtelijk relevante gebeurtenis. De getuige slaat deze ervaring of waarnemingen vervolgens op in zijn geheugen en geeft daaraan een bepaalde betekenis. De betekenis die de getuige zelf toekent aan een bepaalde ervaring of gebeurtenis wordt verder aangeduid als het ‘verhaal’ van de getuige. Op het moment dat de getuige hierover door justitie wordt gehoord, legt hij een ‘verklaring’ af. De verklaring is datgene wat de getuige tijdens het verhoor op eigen initiatief of in reactie op vragen van de verhoorder naar voren brengt. Het is als het ware het product van het verhoor.1 De tijdens het verhoor afgelegde verklaring wordt vervolgens op schrift gesteld (en soms tevens op een geluids- of beelddrager vastgelegd). De op schrift gestelde verklaring behelst veelal een samenvatting van hetgeen door de getuige tijdens het verhoor is verklaard. Kort samengevat verloopt het proces van totstandkoming als volgt: het begint met een waarneming die verwordt tot herinnering, waaraan de getuige een bepaalde betekenis geeft (het verhaal), waarover de getuige vervolgens wordt bevraagd (de verklaring), waarna het resultaat van die bevraging op schrift wordt vastgelegd in een proces-verbaal (de schriftelijke verklaring).2
Als gezegd zijn het analytische onderscheidingen. In de praktijk vloeien waarneming, herinnering, verhaal, verklaring en de opgetekende verklaring in elkaar over en bestaat er een wisselwerking over en weer. De processen waarmee de afzonderlijke ‘producten’ tot stand komen, kunnen evenmin strikt worden onderscheiden. Zo kan het proces van waarnemen niet los worden gezien van de wijze waarop betekenis wordt gegeven aan hetgeen is waargenomen. De waarneming zelf wordt immers reeds mede gekleurd door het eigen referentiekader. Het weergeven van een bepaalde waarneming of ervaring in taal is op zichzelf reeds een vorm van betekenisverlening. Dat doet de waarnemer zelf, maar betekenisverlening geschiedt ook door de persoon die de verklaring aanhoort en vervolgens op schrift stelt. Met het opnemen van ‘de’ verklaring kan het oorspronkelijke verhaal worden bijgesteld of vertekend, doordat in interactie met de verhoorde een andere betekenis aan de aanvankelijke ervaring wordt gegeven of doordat een detail dat aanvankelijk is vergeten – en geen onderdeel uitmaakt van het eigen verhaal van de getuige – wordt teruggehaald. Wijziging van het originele verhaal kan tevens het gevolg zijn van het inbrengen van nieuwe informatie door de verhoorder waarin de getuige vervolgens is gaan geloven. Opgemerkt moet worden dat ook derden buiten de verhoorsituatie om invloed kunnen uitoefenen op de constructie van het verhaal. Dit wordt geïllustreerd in het proefschrift van Haket, die laat zien hoe ook familieleden invloed uitoefenen op de wijze waarop slachtoffers van zedenmisdrijven bepaalde seksuele ervaringen duiden.3 De vorming van het verhaal en de invloed daarop door buitenstaanders valt echter buiten het bestek van dit onderzoek. Dat laat onverlet dat men in het verhoor – zeker als het gaat om een aangifteverhoor – alert moet zijn op de eventuele invloed die derden hebben uitgeoefend op hetgeen bij de politie wordt verteld. Het proces van verhoren en verslag leggen kan evenmin strikt van elkaar worden gescheiden, daar juist de verslaglegging veelal een belangrijke functie heeft bij de activiteit van het verhoren zelf (en daarmee indirect van invloed is op de verklaring zoals die tijdens het verhoor wordt afgelegd). Onderzoek naar politieverhoren laat bijvoorbeeld zien dat de bezigheid van tussentijds optekenen van de verklaring een bijdrage levert aan de structurering van het verhoor, in die gevallen waarin het proces-verbaal gedurende het verhoor wordt opgemaakt. Het verhoor en het opstellen van het proces-verbaal zijn sterk met elkaar verweven: tijdens het verhoor wordt geanticipeerd op het op te stellen proces-verbaal, terwijl hetgeen reeds is opgetekend in het proces-verbaal weer wordt gebruikt om tijdens het verhoor op voort te borduren.4 Duidelijk moge zijn dat ook de inhoud van de opeenvolgende ‘producten’ niet met elkaar hoeft te stroken. Op het moment dat de getuige besluit om tijdens het verhoor niet de waarheid te vertellen, ontstaat een discrepantie tussen het ‘echte’ verhaal en de verklaring. Een dergelijke discrepantie kan ook ontstaan tussen de verklaring en de schriftelijke verklaring, doordat de verklaring niet op juiste wijze is opgetekend.