Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen
Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/9.8.2:9.8.2 Procedure tot ontbinding van de stichting continuïteit
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/9.8.2
9.8.2 Procedure tot ontbinding van de stichting continuïteit
Documentgegevens:
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS348272:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 19 lid 1 onderdeel a BW.
Zie paragraaf 9.2.3 onder f.
Art. 23 lid 1 BW.
Art. 24 lid 1 BW.
Zulks is het geval bij onder meer Stichting Preferente Aandelen ASML, Stichting Preferente Aandelen Philips, Stichting Preferente Aandelen Arcadis N.V.
Art. 23b lid 2 BW.
Over de stortingen à fonds perdu en de kostenovereenkomst paragraaf 7.6.
Art. 23b lid 4 BW.
Art. 19 lid 4 BW.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ontbinding van de stichting vergt een bestuursbesluit.1 De statuten van de stichting kunnen anders bepalen, hetgeen in de praktijk meestal niet het geval is. Een ontbindingsbesluit is veelal aan de (voorafgaande) goedkeuring van een vennootschapsorgaan of van de vennootschap zelf onderhevig.2 Ook kunnen bepaalde quorum en/of versterkte meerderheden gelden. Gezien de importantie van het ontbindingsbesluit, ligt het in de rede dat het voltallige stichtingsbestuur het besluit tot ontbinding steunt. Verder bepalen de stichtingsstatuten in de regel dat ontbinding niet kan plaatsvinden zolang de stichting aandelen in het kapitaal van de vennootschap houdt.
Is het besluit tot ontbinding genomen en goedgekeurd, dan kan het vermogen van de stichting vereffend worden. Voor zover de statuten geen andere vereffenaars aanwijzen, worden de bestuurders vereffenaars van het vermogen van de ontbonden stichting.3 De meeste statuten van stichtingen continuïteit bepalen dat de vereffening door het stichtingsbestuur geschiedt, zodat de vereffenaars niet apart hoeven te worden aangewezen. Op deze vereffenaars zijn de bepalingen omtrent de benoeming, de schorsing en het ontslag van bestuurders van toepassing, voor zover de statuten niet anders bepalen. Daarnaast dient het bestuur een bewaarder van de boeken en bescheiden van de stichting aan te wijzen, tenzij de statuten reeds in zo’n aanwijzing voorzien.4 Gebruikelijk is om de vennootschap daartoe aan te wijzen, of als alternatief een trustkantoor. Veelal is statutair bepaald dat een eventueel batig saldo wordt overgedragen aan de vennootschap, of – neutraler – zal worden besteed op de wijze die het bestuur zal bepalen. Ook komt voor de bepaling dat een eventueel batig liquidatiesaldo wordt bestemd voor een ideëel of sociaal doel, te bepalen door de vereffenaars.5
De vereffenaars stellen een rekening en verantwoording op van de vereffening, waaruit de omvang en samenstelling van het overschot van de ontbonden stichting blijken. Zijn er twee of meer gerechtigden tot het overschot, dan stellen de vereffenaren een plan van verdeling op dat de grondslagen van de verdeling bevat.6 Hetgeen van het vermogen van de stichting na betaling van de schuldeisers resteert, zal voornamelijk bestaan uit de gelden die de stichting à fonds perdu van de vennootschap heeft ontvangen. De grondslag van deze ontvangst zal de kostenovereenkomst zijn tussen de vennootschap en de stichting.7 Omdat geen sprake is van een schenking, zal de stichting die gelden na aftrek van eventuele kosten, zoals eventuele bereidstellingsprovisie aan de bank tot de datum waarop de kredietovereenkomst wordt ontbonden, handelsregisterkosten, bezoldiging van de stichtingsbestuurders tot en met de datum van ontbinding en adviseurskosten, moeten terugbetalen aan de vennootschap. Dat betekent dat de vennootschap dus de enige gerechtigde zal zijn, zodat geen plan van verdeling hoeft te worden opgesteld.
De vereffenaars leggen de rekening en verantwoording neer ten kantore van het handelsregister en ten kantore van de stichting en doen daarvan aankondiging in een landelijk verspreid dagblad.8 De stukken liggen twee maanden voor een ieder ter inzage. Binnen de twee maanden nadat de rekening en verantwoording is neergelegd en de nederlegging is bekendgemaakt en aangekondigd, kan iedere schuldeiser of gerechtigde daartegen door een verzoekschrift aan de rechtbank in verzet komen. Aangenomen mag worden dat er behalve de vennootschap geen andere schuldeisers zijn en dat derhalve geen verzet zal worden aangetekend.
De vereffenaren dragen hetgeen na voldoening van de schuldeisers van het vermogen van de stichting is overgebleven, in verhouding tot ieders recht, over aan hen die krachtens de statuten daartoe zijn gerechtigd.9 Dat is dus op grond van de statuten van de stichting meestal de vennootschap en sluit aan bij hetgeen in de kostenovereenkomst met de vennootschap is bepaald. De vereffening eindigt op het moment waarop geen aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. Nadat de vereffening van de stichting is beëindigd, houdt de stichting op te bestaan.10 De vereffenaars doen daarvan opgaaf aan het handelsregister. Tevens dient de bewaarder van boeken en bescheiden ingeschreven te worden, voor zover dit niet reeds is geschied. De boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de stichting moeten worden bewaard gedurende zeven jaar nadat de stichting is opgehouden te bestaan. De op gegevendragers aangebrachte gegevens dienen gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar te zijn en binnen een redelijke tijd leesbaar gemaakt te kunnen worden. De gegevens die omtrent de stichting in het handelsregister zijn opgenomen op het tijdstip waarop zij ophoudt te bestaan, blijven daar gedurende tien jaren na dat tijdstip bewaard.
Indien de stichting op de datum van haar ontbinding geen baten meer zou hebben, zou zij alsdan ophouden te bestaan.11 In die situatie kan gebruikgemaakt worden van een ontbindingsprocedure zonder vereffening van het vermogen van de stichting. Alternatief zou zijn dat de stichting haar schulden aflost en het daarna resterende batige saldo overdraagt aan de vennootschap. Zij beschikt dan niet meer over een batig saldo, wat betekent dat de stichting op het moment van ontbinding zou ophouden te bestaan.