Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker
Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/7.7.2:7.7.2 Lid 3 van art. 6:181 drukt uit wat al ligt besloten in de vuistregel van art. 6:175
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/7.7.2
7.7.2 Lid 3 van art. 6:181 drukt uit wat al ligt besloten in de vuistregel van art. 6:175
Documentgegevens:
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS300406:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hierbij – bij gebreke van aanwijzingen in een andere richting – ervan uitgaande dat de uitleg van de kernbegrippen van art. 6:175 overeenkomt met die van de kernbegrippen van art. 6:181.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Lid 3 van art. 6:181 beoogt te bewerkstelligen dat in geval van meerdere bedrijfsmatige gebruikers, in die zin dat het ene bedrijf een in art. 6:175 bedoelde gevaarlijke stof ter beschikking stelt voor bedrijfsmatige gebruik door een ander, alleen deze ander met de kwalitatieve aansprakelijkheid uit art. 6:175 is belast. Ook deze kanalisering van de aansprakelijkheid naar de laatste in de keten c.q. de ‘eindgebruiker’ is goed te begrijpen vanuit de gedachte dat de kwalitatieve aansprakelijkheid steeds behoort te rusten op degene met de meeste invloed op de aan de stof verbonden risico’s. Echter, ook lid 3 van art. 6:181 valt te beschouwen als een niet noodzakelijke verduidelijking. Van deze bepaling kan worden gezegd ‘slechts’ de grondnorm van de vuistregel van art. 6:175 nog eens uit te drukken. Het stelsel van art. 6:175 wordt wel geduid als een systeem van gesegmenteerde aansprakelijkheid: de aansprakelijkheid behoort steeds te rusten bij degene ‘in wiens handen’ de stof zich ten tijde van de schadeveroorzaking bevond. Dat is namelijk degene die geacht wordt de meeste invloed te hebben op de aan de stof verbonden risico’s. Art. 6:175 zélf legt zodoende de aansprakelijkheid zonodig al bij de laatste in de keten c.q. de ‘eindgebruiker’ van een gevaarlijke stof. Lid 1 van art. 6:175 legt de aansprakelijkheid namelijk bij degene die een stof gebruikt of onder zich heeft, terwijl lid 2 van art. 6:175 de bewaarder en daarmee gelijk te stellen personen aansprakelijk acht. Zodra het ene bedrijf een gevaarlijke stof voor gebruik ter beschikking stelt aan een ander bedrijf – de in lid 3 van art. 6:181 omschreven situatie – wijst art. 6:175 zelf die ander als laatste in de keten al als kwalitatief aansprakelijke aan. Het toepassingsgebied van art. 6:181 lid 3 wordt derhalve volledig bestreken door art. 6:175.1