Einde inhoudsopgave
Onmiddellijke voorzieningen en hun externe werking (IVOR nr. 118) 2020/9.11
9.11 Benoemde bestuurder kan vergoeding vaststellen na bezoldigingsingreep door de Ondernemingskamer
mr. A.C. Faber, datum 16-03-2020
- Datum
16-03-2020
- Auteur
mr. A.C. Faber
- JCDI
JCDI:ADS196940:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De Ondernemingskamer kan in de overwegingen een suggestie op dat punt aan de bestuurder meegeven.
Dat kan bijvoorbeeld uit de statuten voortvloeien.
Voor een voorbeeld van deze formulering zie OK 22 maart 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1073, ARO 2018/105 (VDL Huizen Holding), hiervoor in 9.9.5 besproken. In die zaak was overigens geen sprake van schorsing en vervolgens inschakeling. De bestuurders bleven in functie en de beslissing over hun bezoldiging werd aan de OK-bestuurder opgedragen. De bestaande bezoldigingsbevoegdheid werd daartoe overgeheveld van de algemene vergadering van aandeelhouders naar de OK-bestuurder.
[340] Als de Ondernemingskamer eenmaal heeft beslist dat de geschorste bestuurder gedurende de schorsing geen aanspraak heeft op de overeengekomen vergoeding, ligt in de meeste gevallen de weg open voor de OK-bestuurder om, als hij de geschorste bestuurder inschakelt, een nieuwe vergoeding te bepalen.1
Bedacht moet worden dat als de OK-bestuurder de geschorste bestuurder inschakelt, diens bestuurderschap niet herleeft. Mijns inziens zijn daarom de regels voor bezoldiging van bestuurders dan niet van toepassing. Evenmin van toepassing is de (interne) bevoegdheidsverdeling ter zake van bezoldiging van het bestuur. Als de OK-bestuurder een vergoeding voor de ingeschakelde, geschorste bestuurder bepaalt, gaat het niet om bezoldiging van een bestuurder. De OK-bestuurder kan gewoonlijk zijn bestuurders-bevoegdheden aanwenden om de vergoeding vast te stellen. Soms bieden die bevoegdheden daartoe geen ruimte. Bijvoorbeeld als dit soort ‘vergoedings-bevoegdheid’ binnen de interne rechtsverhoudingen niet bij het bestuur, maar elders is neergelegd.2 In die gevallen is een ingreep in de interne rechtsverhoudingen nodig om de OK-bestuurder in staat stellen de vergoeding te bepalen; de vergoeding-bevoegdheid moet naar hem worden overgeheveld. Die ingreep geschiedt bij (meestal afzonderlijke) onmiddellijke voorziening, die in het dictum thuishoort en verschijnt met de formule “bepaalt, in afwijking van de statuten, (…)”.3
Het is dus meestal niet strikt noodzakelijk, om de OK-bestuurder bij wijze van onmiddellijke voorziening – en dus in het dictum – te bekleden met de bevoegdheid om een vergoeding te bepalen voor de door hem ingeschakelde geschorste bestuurder. Dat neemt niet weg dat het nuttig kan zijn om in het dictum te vermelden dat de OK-bestuurder beslist over de nieuwe vergoeding. Daarmee is zowel voor de geschorste bestuurder als voor de OK-bestuurder twijfel op dit punt uitgesloten (vergelijk 9.10).