De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten
Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/4.4.1.7:4.4.1.7 Vorm en werking van verklaringen: art. 6:236 sub I BW
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/4.4.1.7
4.4.1.7 Vorm en werking van verklaringen: art. 6:236 sub I BW
Documentgegevens:
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS383189:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook hoofdstuk 3 'Totstandkoming van isP-overeenkomsten'.
Zie Wessels & Jongeneel 1997, p. 164-167.
Zie bijlage paragraaf 5.1 'Algemene bedingen', onderdeel B. Kopje 'algemeen'.
Een dergelijk beding verslechtert de bewijspositie van de consument. Zie Phoelich 2004, P. 13.
Zie bijlage paragraaf 3 'Wijze van totstandkoming van isP-overeenkomsten'.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 3:37 BW betreft de vorm en werking van verklaringen. Het bepaalt dat een verklaring in beginsel vormvrij is en dat een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring deze persoon moet hebben bereikt om werking te hebben.1Art. 6:236 sub 1 BW heeft betrekking op bedingen die afwijken van art. 3:37 BW inzake vorm en werking (moment van ontvangst respectievelijk rechtseffect van herroeping) van verklaringen, een tweetal uitzonderingen daargelaten.2 Het beding mag betrekking hebben op de vorm van door de wederpartij af te leggen verklaringen of bepalen dat de ISP het hem door de wederpartij opgegeven adres als zodanig mag blijven beschouwen totdat hem een nieuw adres is meegedeeld. Het eisen van een bepaalde vorm kan voor de ISP redelijk en noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld in verband met de eisen die een massaal klantenbestand aan diens administratie stelt.
In de onderzochte algemene voorwaarden van de vijftien ISP's ben ik formuleringen tegengekomen in de trant van: 'zonder onze voorafgaande schriftelijke toestemming', en 'tenzij schriftelijk anders is overeengekomen'.3 Dergelijke bedingen hebben als bezwarend gevolg dat een mondelinge verklaring van de ISP of diens gevolmachtigde achteraf ongeldig blijkt te zijn, hoewel de klant op de geldigheid ervan meende te kunnen vertrouwen.4 Echter, een mogelijkheid waarbij het zich kan voordoen dat er sprake is van mondelinge verklaringen inzake een ISP-overeenkomst is enkel aanwezig bij een telefonische helpdesk, en daarmee weinig relevant. Een vormvoorschrift is wenselijk vanwege de bewijsvoering. Mondelinge welles-nietes situaties door raadpleging van een telefonische helpdesk kunnen hierdoor worden voorkomen. Indien wij ons specifiek op de ISP-markt richten dan is het daar gebruikelijk dat ISP's een schriftelijke vorm eisen, de klant wordt hierdoor ook beschermd. Het vormvereiste 'elektronisch' is ook een vereiste dat ik in de ISP-markt redelijk acht omdat in veel gevallen de ISP-overeenkomst elektronisch tot stand is gekomen.5 Opmerkelijk is echter dat ik het vormvereiste 'elektronisch' niet ben tegengekomen in de onderzochte algemene voorwaarden terwijl het juist de ISP's zijn die gebruikmaking van het elektronische middel internet mogelijk maken. Het lijkt er op dat ISP's hun eigen diensten niet voldoende vertrouwen.
Een bepaling in de trant van 'klachten dienen schriftelijk en gemotiveerd te worden ingediend' is niet per definitie onredelijk bezwarend maar kan wel worden getoetst aan de open norm van art. 6:233 sub a BW.