De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen
Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/5.5.2.6:5.5.2.6 Vermelding van het volledige economische belang
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/5.5.2.6
5.5.2.6 Vermelding van het volledige economische belang
Documentgegevens:
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649904:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Eumedion position paper over de gevolgen van synthetische constructies voor het Nederlandse effecten- en vennootschapsrecht, p. 10.
Kamerstukken II 2012/13, 33 236, nr. 11 (Amendement), p. 2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 2008 verscheen het ‘Position paper over de gevolgen van synthetische constructies voor het Nederlandse effecten- en vennootschapsrecht’ van Eumedion. Hierin stelde Eumedion voor om een wettelijke regeling te treffen die erin voorziet dat bij de aanvraag tot het verzoek om een bepaald onderwerp te agenderen, om een buitengewone algemene vergadering bijeen te roepen of een enquête in te stellen/onmiddellijke voorzieningen te treffen de verzoeker te verplichten zijn gehele positie (juridische en economische belangen) te openbaren.1 Voor wat betreft het agenderingsrecht komt art. 5:25k bis Wft aan dit voorstel tegemoet. Uit de toelichting op art. 5:25k bis Wft blijkt dat het artikel niet ook is geschreven met het oog op het convocatieverzoek en het eventueel daaropvolgende machtigingsverzoek ex art. 2:110 BW en art. 2:111 BW respectievelijk art. 2:220 BW en art. 2:221 BW. In de toelichting staat namelijk dat art. 5:25k bis Wft is bedoeld om de op dat moment voorgestelde verhoging van de kapitaaldrempel voor het agenderingsrecht in art. 2:114a BW naar 3% aan te scherpen.2 Over art. 2:110 BW en art. 2:111 BW (alsmede art. 2:220 BW en art. 2:221 BW) wordt in het geheel niet gesproken. Desondanks kan art. 5:25k bis Wft mijns inziens van overeenkomstige toepassing worden verklaard op zowel het convocatieverzoek als het machtigingsverzoek. Bij beide verzoeken wordt immers conform art. 5:25k bis Wft door een houder van aandelen verzocht om “ter behandeling een onderwerp op te nemen in de agenda van de algemene vergadering”. Het enkele feit dat dit verzoek deel uitmaakt van het meeromvattende convocatie- of machtigingsverzoek, vind ik onvoldoende reden om art. 5:25k bis Wft niet toe te passen op een verzoek ex art. 2:110 BW of art. 2:111 BW (dan wel art. 2:220 BW of art. 2:221 BW). Daar komt bij dat er voor de vennootschap bij convocatie- en machtigingsverzoeken evengoed als bij een verzoek ex. art. 2:114a BW de behoefte bestaat te weten wat de economische drijfveren zijn van de indiener van het verzoek. Het heeft iets ongerijmds om voor het ene verzoek (ex art. 2:114a BW) volledige transparantie wel verplicht te stellen, maar voor het andere verzoek (ex art. 2:110 of 2:111 BW respectievelijk art. 2:220 of 2:221 BW) niet.
De toepassing van art. 5:25k bis Wft op convocatie- en machtigingsverzoeken laat overigens onverlet dat aan de effectiviteit van art. 5:25k bis Wft getwijfeld kan worden (zie hierover par. 5.4.1.4). Dit probleem kan worden ondervangen door een Haltepflicht in te voeren (waarover par. 5.2.2.4). Een ander punt is dat het bestuur en de rvc weliswaar een convocatieverzoek kunnen weigeren vanwege niet-naleving van art. 5:25k bis Wft, maar dat niet-naleving van het voorschrift voor de voorzieningenrechter geen reden kan zijn om het machtigingsverzoek te weigeren. Zie over dit laatste verder par. 5.5.3.3 hierna. Zie over de achtergrond, het toepassingsbereik en de adressanten van art. 5:25k bis Wft par. 5.4.1.1 tot en met par. 5.4.1.3.