Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen
Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/10.2.3:10.2.3 Art. 2:119 BW en de Wet aandeelhoudersrechten
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/10.2.3
10.2.3 Art. 2:119 BW en de Wet aandeelhoudersrechten
Documentgegevens:
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS351954:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Nederlandse wetgever heeft uitvoering gegeven aan de Richtlijn aandeelhoudersrechten. Art. 2:119 BW is gewijzigd in die zin dat thans een onderscheid wordt gemaakt tussen nv’s waarvan de aandelen niet aan enige beurs zijn genoteerd en nv’s waarvan de aandelen (of certificaten van aandelen) zijn genoteerd aan een gereglementeerde markt als bedoeld in art. 1:1 Wft. Voor de eerste categorie nv’s is het facultatieve karakter van de registratiedatum gehandhaafd. Voor de tweede categorie nv’s is de registratiedatum verplicht. De minister lichtte dit onderscheid toe door te stellen dat – voor zover bekend – het systeem van de registratiedatum uitsluitend gehanteerd wordt door beursvennootschappen.1 Deze veronderstelling lijkt me juist. Nv’s waarvan de aandelen niet ter beurze zijn genoteerd zullen over het algemeen aandelen op naam kennen en kunnen hun aandeelhouders uit het register van aandeelhouders halen. Voor deze aandeelhouders heeft de registratiedatum geen toegevoegde waarde. Het probleem van grote aantallen aandelen die geblokkeerd zijn en de belemmering in de beleggingsvrijheid die daar het gevolg van kan zijn, speelt niet bij niet-beursvennootschappen.
Opmerkelijk is dat de Nederlandse wetgever voor wat betreft beursgenoteerde vennootschappen de uitzondering van art. 7 lid 2 van de Richtlijn aandeelhoudersrechten niet heeft opgenomen in art. 2:119 BW. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de minister ervan uitging dat van deze uitzondering alleen gebruikgemaakt kan worden indien beursvennootschappen uitsluitend aandelen op naam hebben uitgegeven.2 Deze situatie zou zich in Nederland niet snel voordoen aldus de minister; toonderaandelen zouden de gangbare vorm zijn voor aandelen van beursvennootschappen. Juist deze soort aandelen zou in beginsel anonimiteit van aandeelhouders impliceren. Ik zou hierbij twee kanttekeningen willen plaatsen. Ten eerste meen ik dat het kenmerk van anonimiteit niet zozeer toegespitst moet worden op aandelen aan toonder. De houders van aandelen aan toonder zijn weliswaar anoniem, maar dat geldt ook voor de houders van genoteerde aandelen op naam in de zin van de Wge. De genoteerde naamaandelen zijn opgenomen in het girale systeem.3 In de regel zullen Necigef of intermediairs als houders van genoteerde naamaandelen zijn geregistreerd in het register van aandeelhouders en niet de houders van aandelen op naam.4 Necigef en de intermediairs zullen vervolgens in hun administraties bijhouden wie gerechtigden tot de aandelen zullen zijn en dit zijn voor de vennootschap onbekenden. Daarentegen loopt de administratie van niet-genoteerde aandelen op naam – zoals prioriteitsaandelen of beschermingsprefs – niet via het systeem van de Wge. De houders daarvan zijn in het register van aandeelhouders van de vennootschap ingeschreven en zijn dus bekenden voor de vennootschap. Van belang is het onderscheid tussen genoteerde aandelen en niet-genoteerde aandelen en niet het onderscheid tussen aandelen aan toonder en aandelen op naam.
Ten tweede wordt met art. 7 van de Richtlijn aandeelhoudersrechten beoogd om de verhandelbaarheid van aandelen te bevorderen. In dat licht zou ik menen dat een vennootschap zou moeten kunnen differentiëren tussen niet-genoteerde aandelen op naam waarvan de houders zijn ingeschreven in het register van aandeelhouders en genoteerde aandelen op naam of aan toonder waarvan de houders onbekend zijn bij de vennootschap. De houders van niet-genoteerde aandelen op naam hebben er veelal zelf voor gekozen om niet-genoteerde aandelen te houden en hebben geen behoefte aan een vrije verhandelbaarheid van aandelen. Voor deze aandelen bestaat dan ook geen noodzaak tot het instellen van een registratiedatum met het daaraan gekoppelde verbod om aandelen te blokkeren. Ik zie dan ook geen reden om de uitzondering die de Richtlijn aandeelhoudersrechten biedt niet in de