Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/10.7.4.4:10.7.4.4 Voorwaarden waaronder een verrekenprijsaanpassing in aanmerking genomen moet worden
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/10.7.4.4
10.7.4.4 Voorwaarden waaronder een verrekenprijsaanpassing in aanmerking genomen moet worden
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258315:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het nieuwe artikel 134, lid 5, UDWU volgt dat een aangever verplicht is om interne verrekenprijsaanpassingen in aanmerking te nemen voor het definitief bepalen van de douanewaarde voor zover hij verrekenprijsdocumentatie heeft aangewend om aan te tonen dat de prijs niet door de verbondenheid is beïnvloed. Voornoemde verplichting strekt er niet toe dat alle interne verrekenprijsaanpassingen in aanmerking worden genomen. Uit het vijfde en zesde lid van artikel 134 alsmede artikel 1, lid 15, UDWU volgt dat dat enkel het geval is voor zover:
De verrekenprijsdocumentatie beschikbaar is op het moment van aanvaarding van de douaneaangifte;
De verrekenprijsaanpassingen invloed heeft op de werkelijk betaalde of te betalen prijs voor de ingevoerde goederen;
Er na de verrekening van de verrekenprijsaanpassingen in het afrekeningstijdvak een saldo overblijft en deze binnen drie jaar na de datum waarop de douaneschuld is meegedeeld in aanmerking wordt genomen voor het vaststellen van de werkelijk betaalde of te betalen prijs.
Ik licht voornoemde voorwaarden hierna nader toe.
Ten eerste moet de interne verrekenprijsaanpassing alleen in aanmerking worden genomen als deze voor het moment van invoer reeds voorzienbaar was. Er moet met andere woorden verrekenprijsdocumentatie aanwezig zijn die als review clause kan dienen en waaruit volgt dat mogelijkerwijs een verrekenprijsaanpassing plaatsvindt ten gevolge waarvan de aangegeven prijs moet worden aangepast. De vormgeving van de verrekenprijsdocumentatie ligt niet vast en kan bijvoorbeeld bestaan uit een verrekenprijsovereenkomst, -studie, -rapport of APA. Wel is het noodzakelijk dat de documentatie is vastgesteld aan de hand van de OESO-richtlijnen. Deze documentatie zou zelfs gebruikt moeten mogen worden als het nog niet voorzien is van een handtekening, mits de aangever kan aantonen dat de documentatie reeds bestond op het moment dat de goederen ten invoer werden aangegeven en de betaalde of te betalen prijs van de goederen tot stand is gekomen op basis van die documentatie.
Ten tweede moet de interne verrekenprijsaanpassing invloed hebben op de werkelijk betaalde of te betalen prijs voor de ingevoerde goederen (onderdeel 10.3.7.5.2). De verrekenprijsaanpassing zal dan ook moeten leiden tot het daadwerkelijk aanpassen van de prijs in de boekhouding en het opmaken van debet- of creditfacturen om in aanmerking te worden genomen voor het definitief vaststellen van de douanewaarde. Het in aanmerking nemen van andere interne verrekenprijsaanpassingen zou immers de vaststelling van arbitraire of fictieve waardes in de hand werken.
Ten derde zou, ter waarborging van de eenvoud van het douanewaardesysteem en de beperking van de administratieve lasten aan zowel de zijde van de douaneautoriteiten als de aangever, tussentijdse verrekenprijsaanpassingen niet in aanmerking genomen moeten worden voor het vaststellen van de douanewaarde. Derhalve wordt met artikel 134, lid 5, UDWU een voorstel gedaan om, gelijk aan het beleid in Canada, verrekenprijsaanpassingen gedurende de afrekeningsperiode te salderen en alleen de eindejaarscorrectie in aanmerking te nemen aan het einde van de afrekeningsperiode. De eindejaarscorrectie moet binnen drie jaar na de datum waarop de douaneschuld is meegedeeld in aanmerking worden genomen met het oog op de algemene verjaringstermijn.