Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.6.3:2.6.3 Vernietigen
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.6.3
2.6.3 Vernietigen
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859045:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tijdens de parlementaire behandeling zijn geen woorden gewijd aan de vernietiging van een uiterste wil. Aangenomen moet worden dat het – net als bij verduisteren – moet gaan om een opzettelijke handeling. Voorwaardelijk opzet daaronder begrepen. Het strookt niet met het doel en de strekking van onwaardigheid om het per ongeluk vernietigen van een uiterste wil te sanctioneren met onwaardigheid.1
De scheidslijn tussen vernietigen en vervalsen is niet altijd goed te trekken. Door een uiterste wil onleesbaar te maken, vervalt deze als de inhoud daarvan niet bewezen kan worden (art. 152 Rv).2 Is de uiterste wil hierdoor vernietigd of vervalst? Uiteindelijk maakt het geen verschil onder welke noemer de handeling wordt gebracht. Artikel 4:3 lid 1 sub e BW stelt voor zowel het vernietigen als het vervalsen van een uiterste wil geen nadere eisen.
2.6.3.1 Artikel 4:114 BW: vermoeden vernietiging door erflater