Einde inhoudsopgave
RvdW 2020/731
Procesrecht. Huwelijksvermogensrecht. Omvang rechtsstrijd in hoger beroep; tweeconclusieregel. Gezag van gewijsde (art. 236 Rv).
HR 05-06-2020, ECLI:NL:HR:2020:1015
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 juni 2020
- Magistraten
Mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens, G. Snijders, M.J. Kroeze
- Zaaknummer
19/02609
- Conclusie
A-G mr. M.L.C.C. Lückers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1015, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑06‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:59, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑01‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑05‑2019
- Wetingang
Essentie
Procesrecht. Huwelijksvermogensrecht. Omvang rechtsstrijd in hoger beroep; tweeconclusieregel. Gezag van gewijsde (art. 236 Rv).
Samenvatting
Nadat de vrouw haar verweerschrift in hoger beroep al had ingediend, is haar uit nadien gepubliceerde jaarcijfers van de vennootschap (waarvan de man directeur-grootaandeelhouder is) duidelijk geworden, dat de hypothecaire geldlening van de vennootschap aan partijen, die de echtelijke woning betreft, inmiddels is afgelost. De man heeft die cijfers niet aan haar gegeven of in het geding gebracht. Hierop gelet kon de vrouw nog in een later genomen akte bij de eerste gelegenheid nadat zij bekend was geworden met de jaarcijfers, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.