Einde inhoudsopgave
Misleidende beursberichten (IVOR nr. 124) 2022/3.4.5.2
3.4.5.2 Securities Litigation Uniform Standards Act 1998
mr. drs. A.C.W. Pijls, datum 01-07-2022
- Datum
01-07-2022
- Auteur
mr. drs. A.C.W. Pijls
- JCDI
JCDI:ADS655813:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Hazen, 2 Law Securities Regulation § 7.17[2] en Hazen, 4 Law Securities Regulation § 12.15[2].
Idem.
Zie over de SLUSA Hazen, 2 Law Securities Regulation § 7.17[2] en Hazen, 4 Law Securities Regulation § 12.15[2]. Zie hierover in de Nederlandse literatuur Haazen 2017, p. 82, waarbij ik aanteken dat de laatstgenoemde Nederlandse auteur niet verward moet worden met de eerstgenoemde Amerikaanse auteur.
Volledigheidshalve wijs ik erop dat de bepaling in de SLUSA over de verplichte competentie van de federale rechter alleen van toepassing is, wanneer de class uit meer dan 50 benadeelden bestaat.
De SLUSA wordt hier behandeld in het kader van mijn bespreking van de Securities Act 1933. Hoewel de wet evenzeer van belang is voor de Securities Exchange Act 1934, kom ik er, teneinde herhaling te voorkomen, in § 3.5 niet meer op terug.
De aanpassingen die via de PSLRA zijn doorgevoerd in het class actions-mechanisme voor aansprakelijkheidsclaims gebaseerd op het federale effectenrecht, zijn alleen van toepassing op class actions die worden aangebracht bij de federale rechter. De class actions-bepalingen van de PSLRA zijn niet van toepassing wanneer een class action wordt aangebracht bij de deelstatelijke rechter. Aangezien voor aansprakelijkheidsclaims gebaseerd op de Securities Act zowel de federale als de deelstatelijke rechter bevoegd is, konden de bepalingen van de PSLRA gemakkelijk worden omzeild door de class action in te stellen bij de deelstatelijke rechter.1 Dit probleem leek zich aanvankelijk niet te kunnen voordoen voor aansprakelijkheidsclaims gebaseerd op de Securities Exchange Act, aangezien voor dergelijke claims de federale rechter exclusief bevoegd is. Toch werd ook voor deze claims geprobeerd de strenge bepalingen van de PSLRA te omzeilen, door in het concrete geval een bepaalde claim te baseren op deelstatelijk effectenrecht, dan wel deze vorm te geven als een vordering uit hoofde van common law fraud.2 Praktisch gezien kan eenzelfde soort vordering – gebaseerd op één bepaald feitensubstraat – namelijk op verschillende manieren worden ingekleed: als een claim gebaseerd op de Securities Exchange Act, als een claim gebaseerd op deelstatelijk effectenrecht, dan wel als een common law fraud claim. Tot op zekere hoogte gaat het hier steeds om onderling uitwisselbare vorderingen. Met de invoering van de Securities Litigation Uniform Standards Act (‘SLUSA’) in 1998 heeft het Amerikaanse Congres aan deze ontwikkeling een halt willen toeroepen.3 Kort gezegd is in de SLUSA bepaald dat (de meeste) class actions die betrekking hebben op (misleiding bij) publiek verhandelde effecten uitsluitend bij de federale rechter aanhangig kunnen worden gemaakt.4 Deze bevoegdheidsregeling geldt niet alleen wanneer een claim is gebaseerd op het federale effectenrecht, maar ook wanneer deze is gebaseerd op het deelstatelijke recht, dan wel is vormgegeven als een common law fraud claim.5