Einde inhoudsopgave
Gewogen rechtsmacht in het IPR (R&P nr. 148) 2006/3.5.5
3.5.5 Voorbeelden
mr. F. Ibili, datum 28-11-2006
- Datum
28-11-2006
- Auteur
mr. F. Ibili
- JCDI
JCDI:ADS439136:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. Rb. Haarlem 12 juli 2005, IVIPR 2005, 231.
Zie bijv. Rb. 's-Gravenhage 24 november 2003, IVIPR 2004, 14.
Zie bijv. Rb. Amsterdam 17 maart 2004, NJPR 2006, 13; Rb. Haarlem 14 september 2004, te kennen uit IVIPR 2005, 214; Rb. Haarlem 26 oktober 2004, LJN AR6988; Rb. Haarlem 16 november 2004, LJN AR6982; Rb. Groningen 22 februari 2005, IVIPR 2005, 230; Rb. Zwolle 14 februari 2006, LJN AV4694.
Zie bijv. Hof 's-Gravenhage 22 oktober 2003, IVIPR 2004, 103; Rb. Assen 9 juni 2004, NJPR 2004, 225; Rb. Groningen 9 november 2004, LJN AS4787. Zie nader A.P.M.J. Vonken, 'Legislatieve ontwikkelingen rond interlandelijke adopties', IVIPR 2004, p. 135 e.v.
Zie voor het Nederlandse recht art. 1:119 BW.
Zie bijv. Rb. Haarlem, Sec. Kanton 2 juni 2006, LJN AX6533.
Art. 3 sub a Rv bevat de hoofdregel voor de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in grensoverschrijdende verzoekschriftprocedures. Buiten de toepassing van verdragen en EG-verordeningen, kan de rechtsmacht van de Nederlandse rechter worden gebaseerd op de woonplaats of gewone verblijfplaats van de verzoeker (forum actoris) of een belanghebbende hier te lande. Art. 3 sub a Rv zal veelal toepassing vinden in personen- en familierechtelijke zaken, omdat deze zaken bij verzoekschrift moeten worden ingeleid. Te denken valt aan procedures betreffende afstammingsrechtelijke relaties, zoals de ontkenning van het vaderschap,1 de vernietiging van de erkenning,2 de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap3 of de adoptie.4 Art. 3 sub a Rv ziet ook op verzoekschriften tot rechterlijke goedkeuring voor het maken en/of wijzigen van huwelijksvoorwaarden staande huwelijk,5 vaststelling of wijziging van alimentatie buiten echtscheidingsprocedures, wijziging van voornamen en de bescherming van meerderjarigen (bijv. curatele). Art. 3 Rv mist toepassing indien de beschermingsmaatregel betrekking heeft op een minderjarige, omdat daarvoor art. 5 Rv geldt.
Tevens kan worden gedacht aan verzoekschriften tot wijziging van de vermelding van het geslacht in de geboorteakte. Volgens art. 1:28 lid 3 BW kan degene die niet de Nederlandse nationaliteit bezit, maar gedurende tenminste één jaar voorafgaande aan het verzoek op grond van een rechtsgeldige verblijfstitel woonplaats in Nederland heeft, de rechtbank verzoeken de wijziging van de vermelding van het geslacht in de geboorteakte te gelasten. Naar het oordeel van de Rb. ' s-Gravenhage 14 oktober 2002, NIPR 2003, 85, 'volgt dan ook uit het derde lid van art. 1:28 BW ten aanzien van (...) het verzoek dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat Nederlands recht van toepassing is.' Naar mijn mening had de rechtsmacht in dit geval gebaseerd moeten worden op het commune bevoegdheidsrecht,6 en niet zoals de rechtbank heeft gedaan op art. 1:28 lid 3 BW. Dit artikel bevat geen regeling voor de rechtsmacht van de Nederlandse rechter.
Hoewel verzoekschriftprocedures doorgaans personen- en familierechtelijk van aard zijn, bestaan er ook vermogensrechtelijk georiënteerde zaken die bij verzoekschrift moeten worden ingeleid en waarvoor art. 3 sub a Rv dus ook geldt. Te denken valt aan het verzoek tot het geven van een rechterlijk bevel tot boedelbeschrijving (art. 672 Rv),7 het verzoek tot het wijzigen of buiten werking stellen van bepalingen van een volmacht (art. 3:74 lid 4 BW) of het verzoek tot verbindendverklaring van een schikkingovereenkomst in geval van massaschade (art. 7:907 BW). Ook de procedure tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst of van een agentuurovereenkomst wordt naar Nederlands recht bij verzoekschrift ingesteld (art. 7:685 resp. art. 7:440 BW), zodat de commune rechtsmacht van de Nederlandse rechter volgens art. 3 sub a Rv moet worden bepaald.