Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/6.7.2:6.7.2 Binnen welk politiek-filosofisch kader kan het juridische begrip van godsdienst worden geplaatst?
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/6.7.2
6.7.2 Binnen welk politiek-filosofisch kader kan het juridische begrip van godsdienst worden geplaatst?
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS452786:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De nationale wetgever heeft in zijn benadering een ontwikkeling doorgemaakt van een essentialistische definitie van rituele slacht, enkel voorbehouden aan de joden, naar een definitie die past bij het ideaaltype van het liberaal gezindtepluralisme (joden en moslims mogen ritueel slachten) om uiteindelijk bij een accommodationistische definitie uit te komen waarin uitzonderingsbepalingen voor rituele slacht in beginsel ook gelden voor aanhangers van andere religies dan de joodse of de islamitische. Deze definitie ligt ook ten grondslag aan de hedendaagse EU-wetgeving.
Het gegeven dat het kabinet slechts met vertegenwoordigers van de joodse en islamitische gemeenschap een convenant heeft gesloten evenals de impliciete veronderstelling van de Raad van Europa dat rituele slacht enkel plaatsvindt binnen een religieuze gemeenschap kan men plaatsen in het perspectief van het ideaaltype van liberaal gezindtepluralisme. Binnen dit perspectief geldt dat alleen de rituele slacht van de gevestigde tradities als zodanig wordt erkend. De kwalificatie van ritueel slachten in het EHRM-arrest Cha’are uit 2000 kunnen we ook uitleggen vanuit een benadering die past bij het liberaal gezindtepluralisme. Het EHRM liet in deze Franse zaak zijn kwalificatie van rituele slacht afhangen van de betekenis die de meerderheidsorganisatie van de joden (de ACIP) hieraan gaf. Er was sprake van een zekere objectivering van rituele slacht: alleen de rituele slacht zoals die door de ACIP werd erkend was juridisch gezien ritueel slachten. De wijze van rituele slacht uitgevoerd door de joodse minderheidsorganisatie Cha’are werd niet als rituele slacht gekwalificeerd.
Uit de besproken nationale jurisprudentie komt ten aanzien van het begrip godsdienst niet duidelijk een politiek-filosofische legitimatie naar voren.
De autonome manier waarop Kamerlid Thieme het begrip godsdienst duidt, zoals we dat kunnen afleiden uit het wetsvoorstel tot het verbod op onbedwelmde rituele slacht, is niet goed in verband te brengen met een bepaald overkoepelend politiek-filosofisch ideaaltype. De manier waarop Thieme tegen ritueel slachten aankijkt lijkt met name te zijn ingegeven door haar wens om het dierenwelzijn te verbeteren.