Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/4.23.3
4.23.3 Staatkundige basisvorming
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977019:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
J. Brouwer & C. Bol, ‘Staatsinrichting t.o.v. geschiedenis geplaatst in het licht der historie’, Kleio 1986, p. 23-28, J. Brouwer, ‘Staatsinrichting in de basisvorming’, Kleio 1988, p. 28-32 en Advies over voorlopige eindtermen basisvorming in het voortgezet onderwijs,14, Gs/si, Ministerie van O & W 1989.
J.W. van Deth, ´Politieke vorming overlaten aan politicologen´, Namens 1989, 5, p. 18 e.v. en J.G. Kraaijeveld-Wouters, ´Handen af van politieke vorming´, Ibid., p. 39 e.v.
J.G. Toebes, ´Wat blijft historisch aan staatsinrichting?´, Kleio 1986, p. 34 en J. Brouwer, ’Vragen inzake staatsinrichting aan de heer Toebes. Reactie op J.G. Toebes, ’Wat blijft er historisch aan staatsinrichting?´, Kleio 1986, p. 41-42; Brouwer & Bol 1986, p. 23-28 en 1981.
Toebes 1989, p. 89 alsmede ´Een gemiste kans´, Kleio 1989, p. 36-39.
Van Deth 1989, p. 18 e.v.
J. van Deth, ´Staatkundige basisvorming´, Intermediair 1989, 26, p. 13 en ‘Leeftijd en emancipatie: de ontwikkeling van politieke interesse in Nederland’, AP 1983, p. 469 e.v. en J.H. Dieteren, ’Politiek in een curriculum maatschappijleer’, in: Van Deth & Vis, 1987, p. 109.
Ibid., p. 13.
Ibid., p. 13.
Van Deth 1984; vgl. voor waardenopvoeding: De Jong 1998, p. 26 e.v.
Basisvorming: vak geschiedenis en staatsinrichting voor burgerschapsvorming
De basisvorming is in 1989 gestart met vijftien verplichte vakken, waaronder geschiedenis en staatsinrichting, aardrijkskunde, economie en verzorging.1 De meningen om staatsinrichting politiek-systeemtheoretisch in te richten zijn verdeeld.2 Vakdidacticus Toebes (KUN) is het meest uitgesproken in het zien verworden van staatsinrichting tot een ‘slap aftreksel van de politicologie’.3 Bij de exclusieve keuze voor het politieke kringloopmodel wordt de historische component weggelaten, wat hij bezwaarlijk vindt. Verder staat hij pal voor de belangen van geschiedenis en staatsinrichting door onwrikbaar vast te houden aan de uren staatsinrichting in het rijksleerplan.4 Lerarenopleider Dekker is in 2001 kritisch op het onvoldoende positioneren van het vak staatsinrichting in de onderbouw vwo/avo door de commissie-De Rooy.5
Van Deth: staatkundige basisvorming onvoldoende
Politicoloog Van Deth oefent in Staatkundige basisvorming fundamentele kritiek op de voorgestelde staatkundige basisvorming: ‘een willekeurige vijftienjarige moet binnenkort meer weten over politiek en bestuur dan menig specialist nu’.6 Hij vraagt zich af ‘wie dan wel de elementaire beginselen bijbrengt van het constitutionele bestel, nu de uren staatsinrichting zijn gereserveerd voor de politieke systeemtheorie van Easton en de marginale curriculumpositie van staatsinrichting, het tekort aan leermiddelen bij de eindtermen en het vrijwel ontbreken van adequaat opgeleide docenten voor het realiseren van de metamorfose van staatsinrichting, factoren zijn die niet zijn te negeren’.7 Van Deth acht het ‘van levensbelang uit te blijven gaan van de deels institutionele staatkundige basiskennis om de staatsburgerlijke vorming van een degelijke grondslag te voorzien. Bovendien is het beslist aangewezen om staatkundige kennis als basis van staatsburgerlijke vorming aan te brengen’.8 Ook vakdidacticus Toebes wijst op ‘de noodzaak deze vorming te geven met een kennisbasis van staatsinrichting. De beginselen van de democratische rechtsstaat zijn de grondslag van (het vak) staatsinrichting’.9