Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving (SteR nr. 1) 2010/II.3.2.4.1
II.3.2.4.1 Onsplitsbare wettelijke voorschriften
Joost Sillen, datum 01-07-2010
- Datum
01-07-2010
- Auteur
Joost Sillen
- JCDI
JCDI:ADS590701:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Of het daartoe bevoegd is, is onduidelijk. Een federale wet die een bepaald soort abortus verbood, heeft het Hof voor rechtmatig gehouden. De wetgever had de bevoegdheid om de wet vast te stellen op de Commerce Clause gebaseerd. Het Hof sprak zich echter niet uit over de vraag of dat terecht is. Zie U.S. Supreme Court 18 april 2007, 550 U.S. 124 (Gonzales v. Carhart), 169 (Thomas, J., concurring).
Art. I, § 7, Const.
Het voorbeeld is geïnspireerd op de regeling die centraal stond in U.S. Supreme Court 18 januari 2006, 546 U.S. 320 (Ayotte v. Planned Parenthood of Northern New England), 323-324.
U.S. Supreme Court 29 juni 1992, 505 U.S. 833 (Planned Parenthood v. Casey), 870-873 (plurality).
Voor Staten geldt de gelijkluidende Due Process Clause van het Veertiende Amendement. Op dat Amendement is de meeste abortus-jurisprudentie gewezen.
U.S. Supreme Court 28 juni 2000, 530 U.S. 914 (Stenberg v. Carhart), 937. Zie echter U.S. Supreme Court 18 april 2007, 550 U.S. 124 (Gonzales v. Carhart), 172-174 (Ginsburg, J., dissenting).
U.S. Supreme Court 2 juli 1982, 458 U.S. 747 (New York v. Ferber), 767. Zie ook: U.S. Supreme Court 29 februari 1960, 362 U.S. 17 (United States v. Raines), 21: ‘Kindred to these rules is the rule that one to whom application of a statute is constitutional will not be heard to attack the statute on the ground that impliedly it might also be taken as applying to other persons or other situations in which its application might be unconstitutional.’
De arts heeft dan standing. Zie bijv. Nelson 2008, p. 1877. Een voorbeeld uit de jurisprudentie waarin standing in zo’n geval wordt aanvaard, overigens zonder dat expliciet te noemen, is: U.S. Supreme Court 25 maart 1987, 480 U.S. 678 (Alaska Airlines, Inc. v. Brock). Andere voorbeelden geven R.L. Stern 1937, p. 77-78 en Nagle 1993, p. 209, nt. 27.
U.S. Supreme Court 3 juli 1984, 468 U.S. 653 (Regan v. Time, Inc.), 652.
U.S. Supreme Court 27 maart 1876, 92 U.S. 214 (United States v. Reese), 221. Zie ook: U.S. Supreme Court 18 januari 2006, 546 U.S. 320 (Ayotte v. Planned Parenthood of Northern New England), 330.
U.S. Supreme Court 25 maart 1987, 480 U.S. 678 (Alaska Airlines, Inc. v. Brock).
Dat de splitsingsvraag zich zowel voor kan doen wanneer een deel van een voorschrift onrechtmatig is als wanneer alleen de toepassing van het voorschrift onrechtmatig is, blijkt bijv. uit U.S. Supreme Court 18 januari 2006, 546 U.S. 320 (Ayotte v. Planned Parenthood of Northern New England), 328-329 en 330. In de literatuur werd dat reeds lange tijd aanvaard (bijv. R.L. Stern 1937, p. 79; Nagle 1993, p. 204). In de negentiende eeuw dacht het Hof daar wel eens anders over (U.S. Supreme Court 27 maart 1876, 92 U.S. 214 (United States v. Reese)).
U.S. Supreme Court 25 maart 1987, 480 U.S. 678 (Alaska Airlines, Inc. v. Brock), 684-686 (aanhalingstekens in het citaat zijn weggelaten). De verdeling van het citaat in alinea’s is van mij, JS.
Dat is alleen anders als de onrechtmatige toepassingen samenvallen met het gehele toepassingsbereik van een andere bepaling.
Dat is overigens niet het geval. Zie U.S. Supreme Court 25 juni 1990, 497 U.S. 502 (Ohio v. Akron Centre for Reproductive Help), 510-511.
Vgl. U.S. Supreme Court 15 mei 1922, 259 U.S. 44 (Hill v. Wallace), 70.
Vgl. nt. 199. Zie ook U.S. Supreme Court 18 januari 2006, 546 U.S. 320 (Ayotte v. Planned Parenthood of Northern New England), 330, waar alleen een toepassing van het voorschrift onrechtmatig is en het Hof bij de beantwoording van de vraag of die toepassing kan worden afgesplitst van de rest van het voorschrift alleen dit tweede criterium noemt.
U.S. Supreme Court 25 maart 1987, 480 U.S. 678 (Alaska Airlines, Inc. v. Brock), 685.
De vraag of abortus is toegestaan, moet bij die stand van zaken beoordeeld worden aan de hand van de statelijke regelingen die na de onverbindendheid van het federale voorschrift weer herleven. Zie paragraaf 5.2.2.
Nagle 1993, p. 204.
Shumsky 2004, p. 257. De vraag is, zoals het heet, niet ripe.
Die grenzen zijn besproken in paragraaf 3.2.1.
Met behulp van een voorbeeld kunnen de gevolgen van onsplitsbaarheid worden geïllustreerd.
Stel, het Amerikaanse Congres besluit enkele jaren na het belangrijke abortusarrest Planned Parenthood v. Casey abortus federaal te reguleren.1
Federale wetten worden vastgesteld door beide huizen van het Congres: het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. Na ondertekening door de President wordt het voorstel wet. Weigert hij het voorstel te ondertekenen, dan stuurt hij het voorstel terug met zijn bezwaren. Het voorstel kan dan toch wet worden als elk van de Kamers van het Congres het vervolgens met een tweederde meerderheid aanneemt.2
Stel, in beide Kamers hebben democraten een meerderheid die kleiner is dan tweederde van de stemmen. De President is echter republikeins. De democraten zijn voorstander van een ruime abortusregeling, terwijl de republikeinen slechts willen instemmen met een beperkte mogelijkheid tot abortus. Zij komen tot het volgende compromis:
‘1. Een arts mag alleen dan op verzoek van een minderjarige zwangere vrouw een abortus uitvoeren als achtenveertig uur zijn verstreken nadat een schriftelijke verklaring, inhoudende het voornemen van abortus, ter kennisgeving van haar ouders of voogd is gebracht.
2. De termijn, bedoeld in het eerste lid, hoeft niet in acht te worden genomen als daardoor gevreesd moet worden voor de dood van de vrouw.
3. Overtreding van dit artikel wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.’3
Zowel democraten als republikeinen zijn tevreden met deze regeling. Republikeinen hebben een strenge abortusregeling, waardoor liberale statelijke regelingen niet meer kunnen worden toegepast. Democraten hebben verzekerd, dat alle minderjarige Amerikanen in het uiterste geval legaal een abortus kunnen ondergaan, ook nadat de foetus levensvatbaar is, terwijl de staten volgens Casey ook in dat geval abortus zouden mogen verbieden.4
Nadat de wet in werking is getreden, komt vast te staan, dat de exceptie van het tweede lid deels ongrondwettig is. De Due Process Clause van het Vijfde Amendement5 vereist, dat onmiddellijke abortus niet alleen mogelijk is als de dood van de zwangere vrouw dreigt, maar ook wanneer andere ernstige gezondheidsschade optreedt.6
Stel, een minderjarige vrouw verzoekt een arts een abortus uit te voeren, maar zij wil daarvan niet haar ouders op de hoogte stellen, terwijl het uitblijven van een abortus niet tot ernstige gezondheidsrisico’s leidt. Kan de arts succesvol een toepassingsverbod van het artikel jegens hem vorderen, omdat de toepassing van het voorschrift in een ander type geval onrechtmatig is, dat wil zeggen: in het geval dat een arts een abortus wil uitvoeren op verzoek van een minderjarige vrouw bij wie wel ernstige gezondheidsschade optreedt als hij met het uitvoeren van die abortus wacht?
Op het eerste gezicht lijkt zo’n vordering niet voor toewijzing vatbaar. De ontvankelijkheid van eiser lijkt daarvoor een onoverkomelijk probleem te vormen:
‘The traditional rule is, that a person to whom a statute may constitutionally be applied may not challenge that statute on the ground that it may conceivably be applied unconstitutionally to others in situations not before the Court.’7
Om deze ontvankelijkheidsregel te omzeilen, moet de rechter aanvaarden, dat de onrechtmatige toepassing van het voorschrift in een ander geval dan het onderhavige niet kan worden afgesplitst van de rest van het voorschrift. Dat wil zeggen: aanvaarden, dat de onrechtmatigheid van de toepassing in een ander geval, de onrechtmatigheid van het gehele voorschrift tot gevolg heeft. Neemt de rechter dat aan, dan is ook de toepassing van het voorschrift jegens de genoemde arts onrechtmatig, zodat hij in zijn vordering ontvankelijk is.8
Het Hof ontleent aan de trias zowel argumenten vóór als tegen die redenering. Tegen toewijzing van de vordering pleit, dat daardoor meer van het voorschrift onrechtmatig wordt verklaard, dan strikt noodzakelijk is: wat het voorschrift verbiedt jegens de arts en zijn patiënte mág de wetgever rechtmatig verbieden:
‘A ruling of unconstitutionality frustrates the intent of the elected representatives of the people. Therefore, a court should refrain form invalidating more of the statute than is necessary.’9
Echter, door het gehele voorschrift onrechtmatig te verklaren – dus zonder het te splitsen – wordt voorkomen, dat de wetgever te ruime verbodsbepalingen opstelt in de wetenschap, dat de rechter bij toetsing zo veel mogelijk van die bepalingen redt:
‘It would certainly be dangerous if the legislature could set a net large enough to catch all possible offenders and leave it to the courts to step inside and say who could be rightfully detained, and who should be set at large. This would to some extent substitute the judicial for the legislative department of the government.’10
Deze twee gezichtspunten heeft het Hof met elkaar in evenwicht proberen te brengen in Alaska Airlines v. Brock.11 Het geeft daarin regels voor de beantwoording van de vraag, wanneer een onrechtmatig deel van een wettelijk voorschrift, zoals woorden, zinnen of paragrafen, van de rest van dat voorschrift kan worden afgesplitst én voor de vraag, wanneer een onrechtmatige toepassing daarvan kan worden afgesplitst.12 Het Hof overweegt:
‘Unless it is evident that the Legislature would not have enacted those provisions which are within its power, independently of that which is not, the invalid part may be dropped if what is left is fully operative as a law. [...]
Congress could not have intended a constitutionally flawed provision to be severed from the remainder of the statute if the balance of the legislation is incapable of functioning independently.
[When the invalid provision can function independently, the] more relevant inquiry in evaluating severability is whether the statute will function in a manner consistent with the intent of Congress. [...] The final test [...] is the traditional one: the unconstitutional provision must be severed unless the statute created in its absence is legislation that Congress would not have enacted.’13
De hoofdregel is, dat onrechtmatige delen of toepassingen van een wettelijk voorschrift van het rechtmatige deel van het voorschrift kunnen worden afgesplitst, tenzij de wetgever het rechtmatige deel van het voorschrift zonder het onrechtmatige deel of de onrechtmatige toepassing niet zou hebben vastgesteld. Of van die uitzondering sprake is, beoordeelt het Hof aan de hand van twee regels.
Volgens de eerste regel is een voorschrift onsplitsbaar als het rechtmatige deel van het voorschrift niet kan functioneren zonder het onrechtmatige deel. Beide delen worden dan als onrechtmatig aangemerkt. Deze regel vindt meestal toepassing als een deel van een voorschrift onrechtmatig is. Wanneer slechts een toepassing van het voorschrift onrechtmatig is, heeft dat immers vaak niet tot gevolg dat een andere bepaling zijn betekenis geheel verliest, omdat in zo’n geval de gewraakte bepaling nog andere, rechtmatige toepassingen heeft.14
De vraag of de arts in de hiervóór geschetste abortuscasus succes heeft met zijn vordering, kan aan de hand van die eerste regel niet worden beantwoord: de gedeeltelijke onrechtmatigheid van het tweede lid heeft niet tot gevolg dat het eerste lid geheel zijn betekenis verliest. De regel zou wel uitkomst bieden bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het derde lid van de hiervóór gegeven bepaling als kwam vast te staan, dat de notificatieeis van het eerste lid onrechtmatig is. Stel, de notificatie-eis is in strijd met het autonome recht van de vrouw om te kiezen voor abortus.15 In dat geval zou het derde lid – waarin het niet naleven van dat gebod strafbaar is gesteld – zinloos zijn. Het derde lid kan dan niet meer functioneren, waardoor het onsplitsbaar is van het eerste lid. Het derde lid deelt in dat geval in de onrechtmatigheid van het eerste lid.16
Leidt toepassing van de eerste regel niet tot de conclusie, dat het voorschrift onsplitsbaar is – de rest van het voorschrift kan wèl functioneren zonder het onrechtmatige deel – dan moet de rechter de tweede regel uit Alaska Airlines toepassen: zou de wetgever het voorschrift ook hebben vastgesteld, zonder het onrechtmatige deel of de onrechtmatige toepassing? Voor wettelijke voorschriften waarvan alleen een toepassing onrechtmatig is, zoals in onze casus, is deze vraag meestal de eerste en enige die de rechter moet beantwoorden.17
Beantwoording van de vraag, wat de wetgever gedaan zou hebben, is lastig. Het komt meestal op speculeren neer. In Alaska Airlines stelt het Hof, dat daarbij onder meer betekenis toekomt aan het belang van het onrechtmatige element in de ‘original legislative bargain’.18 Die regel biedt uitkomst in de hiervóór gegeven casus. Het tweede lid moet als onrechtmatig buiten toepassing blijven als het laten verstrijken van de termijn van het eerste lid ernstige gezondheidsschade veroorzaakt bij de vrouw. Republikeinen zouden met een soepelere regeling dan is vastgesteld echter vermoedelijk niet akkoord zijn gegaan. De omschrijving van het tweede lid is een essentieel onderdeel van het compromis. Zonder de genoemde redactie van het tweede lid zou het voorstel nooit wet zijn geworden. De onrechtmatige toepassing van het voorschrift kan daardoor niet van de rest van het voorschrift worden afgesplitst, waardoor het gehele voorschrift als onrechtmatig geldt. Het kan dus ook niet worden toegepast jegens de arts die een abortus wil uitvoeren bij een vrouw die zonder abortus geen ernstige gezondheidsschade lijdt.19
Het moment waarop de rechter deze splitsingsregels doorgaans toepast, is opmerkelijk. In de hiervóór geschetste casus is beantwoording van de vraag of een toepassing van het voorschrift afgesplitst kan worden van de rest van dat voorschrift, beslissend voor de vraag of de vordering moet worden toe- of afgewezen. Vaker echter beoordeelt de rechter de splitsbaarheid van een wettelijk voorschrift, nadat hij het geschil ten gronde reeds heeft beslist. ‘Severability is usually an afterthought,’ schrijft Nagle, ‘a shifting through the statutory rubble to salvage whatever survives a ruling that part of a law is unconstitutional.’20 Wanneer de rechter constateert, dat een toepassing of een deel van een wettelijk voorschrift onrechtmatig is en het voorschrift daarop buiten toepassing laat, is het geschil echter ten einde. Bij de vaststelling dat een ander deel van het wettelijk voorschrift ook onrechtmatig is, heeft eiser geen belang: over zijn vordering is reeds beslist.21 Het Hof houdt zich in die gevallen niet aan de – door hem zelf uit de trias afgeleide – grenzen van de rechterlijke bevoegdheid.22