Zoeken naar zekerheid
Einde inhoudsopgave
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/5.1.1.3:5.1.1.3 Hoormedewerkers en interactie met de asielzoeker
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/5.1.1.3
5.1.1.3 Hoormedewerkers en interactie met de asielzoeker
Documentgegevens:
R.W.J. Severijns, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
R.W.J. Severijns
- JCDI
JCDI:ADS180264:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tijdens de gehoren wordt informatie verzameld in interactie met de asielzoekers.1 In deze paragraaf ga ik in op hoe hoormedewerkers zeggen te reageren op de asielzoeker. Hoormedewerkers letten tijdens het horen niet alleen op wat de asielzoeker zegt, maar ook op de wijze waarop de asielzoeker zijn verklaringen naar voren brengt. Het onderstaande fragment illustreert hoe zij dit doen:
R: Je begint altijd met een stukje opbouwen van de relatie met iemand. Dan vraag je of hij zenuwachtig is, of het allemaal gaat en je laat hem zijn verhaal doen. Dan zeg ik in eerste instantie niets. Ik luister en ik schrijf. En [ik] probeer dingen op te vangen. Je kijkt naar iemand. Wat gebeurt er met iemand als hij praat en daar reageer je ook op en in eerste instantie stel je ook heel geïnteresseerd vragen, pas als je merkt van hé, er begint iets te rammelen, dan komt die kritische noot eruit.
I: Kritische noot? Ga je je dan ook kritischer opstellen in zo’n gesprek?
R: Nee, nee tuurlijk, de vragen zijn kritisch. Je confronteert ook altijd met wat je vindt. Dus als iemand eerst iets zegt, en later iets heel anders vertelt. Dan confronteer je hem daarmee, want dat recht heeft hij. Maar ik zal me eerder als het domme blondje opstellen. ‘Eerst zei je dit, net zei je dat. Ik snap het niet meer, vertel het me maar’. En dan kan je in feite alles vragen, zonder dat iemand boos op je wordt, of denkt: wat is dat voor een hork, want ja, dat is de rol die je hebt.2
Hoe het gedrag van asielzoekers op de hoormedewerker overkomt, bepaalt dus mede met welke houding een hoormedewerker het gehoor vervolgt. Verschillende hoormedewerkers vertellen daarnaast dat zij tijdens het gehoor niet alleen letten op wat de asielzoeker zegt, maar ook op zijn lichaamshouding. Uit de lichaamshouding van de asielzoeker zeggen zei aanwijzingen te kunnen afleiden of de asielzoeker al dan niet de waarheid spreekt. Aan de andere kant kunnen deze aanwijzingen er volgens hen ook wijzen op dat de asielzoeker zich niet op zijn gemak voelt, of het moeilijk vindt om over bepaalde gebeurtenissen te praten. Hoormedewerkers zeggen alert te moeten zijn op dit soort signalen:
R: Ja, het lijkt soms alsof het [afnemen van een gehoor] het oplezen van een vragenlijst is, maar ik denk dat het toch veel meer is. Dat je echt moet inspringen op wat iemand zegt en op reacties, de manier waarop iemand gaat zitten dat je denkt nu heb ik wel iets te pakken, waar twijfel over bestaat.
I: Je kijkt naar de reactie van de asielzoeker?
R: Ja, als je bijvoorbeeld merkt dat ze opeens heel erg teruggetrokken reageren of een beetje gaan krassen [de medewerker beeldt het krassen uit met een pen op een stuk papier] ofzo. Dat [wijst erop dat] er misschien iets traumatisch is gebeurd. Of het kan zijn dat mensen heel erg zenuwachtig gaan kijken. Dan moet ik daarop doorvragen want daar weet iemand dan schijnbaar niet zoveel van.3
Een andere hoormedewerker merkte wel op dat zij niet zomaar conclusies kunnen trekken uit lichaamstaal. Uiteindelijk is het volgens onderstaande medewerker voor de kwaliteit van het gehoor belangrijk dat iemand de gelegenheid heeft gekregen om iedere onduidelijkheid te verhelderen:
R: Een gehoor is goed als iemand zijn verhaal volledig heeft kunnen vertellen en als alles wat onduidelijk is, als je dat in ieder geval hebt aangestipt en besproken en dat je daar een conclusie uit kunt trekken. Onduidelijkheden kan ook zijn dat het letterlijk onduidelijk is, dingen blijven vaag. Maar als je erover blijft nadenken en het blijft vaag, kun je daar een conclusie aan verbinden, maar je moet iemand wel de gelegenheid hebben gegeven om het uit te leggen. Of eerst wordt het ene gezegd en daarna het andere, dan moet iemand daar wel mee worden geconfronteerd. Die persoon moet de gelegenheid krijgen om uit te leggen waarom dat is. Dat is denk ik de functie van het gehoor. Het verhaal te laten vertellen en te zorgen dat alles waarvan je door je besliservaring weet dat er vragen over kunnen komen, te betrekken. Dat betekent dat iemand de gelegenheid moet hebben gehad, om op die elementen te reageren.4