Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/2.4.5.1
2.4.5.1 Corrigerende maatregelen
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955418:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
COM(2003)46, p. 15. De voor het Nederlandse recht relevante bepalingen spreken van ‘onttrekking aan het verkeer’ in plaats van ‘verwijdering’. Zie over deze aanpassing kritisch Van Nispen, BIE 2022, afl. 1, p. 8: “Miskend wordt hier dat het nota bene in de Nederlandse rechtspraak ontwikkelde bevel tot terugroeping niet een tijdelijk karakter heeft maar onderdeel is van de definitieve verwijdering uit het handelsverkeer. De richtlijn bedoelt met ‘terugroeping uit het handelsverkeer’ het terughalen van inbreukmakende producten bij afnemers en met ‘definitieve verwijdering uit het handelsverkeer’ de vernietiging van (of andere maatregel met betrekking tot) de teruggehaalde en nog voorradige producten bij de gedaagde inbreukmaker”.
Geerts & Verschuur 2022, nr. 806.
Zie ook Ov. 24: “Deze corrigerende maatregelen moeten recht doen aan de belangen van derden, waaronder met name consumenten en private partijen die te goeder trouw handelen”.
Spoor, Verkade & Visser 2019, p. 650.
Zie Regeneron Pharmaceuticals, Inc v Kymab Ltd & Anor [2018] EWCA Civ 1186 [12].
De in de Nederlandse rechtspraak ontwikkelde veroordelingen tot terugroeping (recall), definitieve verwijdering uit het handelsverkeer en vernietiging hebben de blauwdruk gevormd voor de in art. 10 Handhavingsrichtlijn geregelde corrigerende maatregelen.1 Deze maatregelen hebben als doel de nadelige gevolgen van de inbreuk zoveel mogelijk te beperken.2 Art. 10 lid 3 Handhavingsrichtlijn stelt daar tegenover dat bij het gelasten van corrigerende maatregelen rekening moet worden gehouden met de noodzakelijke evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de gelaste maatregelen en met de belangen van derden.3
Naast de corrigerende maatregelen uit art. 10 Handhavingsrichtlijn kennen de voor ons relevante wetten en verdragen een bevel tot afgifte c.q. opvordering in eigendom.4 Het doel van dit bevel is dat de inbreukmakende goederen in de macht van de rechthebbende worden gebracht. De beoordeling van een afgiftebevel geschiedt volgens een belangenafweging. Een omstandigheid die in dit verband van bijzonder belang kan zijn, is of de rechthebbende door de afgifte ongerechtvaardigd zou worden verrijkt.5 Daarnaast kan afgifte ertoe leiden dat de rechthebbende de beschikking krijgt over vertrouwelijke informatie. De rechter kan in zulke gevallen bepalen dat de betreffende goederen moeten worden afgegeven aan een overeengekomen derde partij.6