Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/4.4.1
4.4.1 Aard en inhoud van de hearsay-doctrine
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Cross & Tapper 1995, p. 530. De definitie zoals is neergelegd in de artikelen 114 (1) en 115 CJA 2003 komt in essentie op hetzelfde neer (Spencer 2008, p. 1). Ook de definitie onder het Amerikaanse recht is vergelijkbaar. In rule 801 van de United States Federal Rules of Evidence wordt de volgende definitie van hearsay gegeven. ‘“Hearsay” means a statement: that 1) the declarant does not make while testifying at the current trial or hearing; and 2) a party offers in evidence to prove the truth of the matter asserted in the statement’.
K. Roberts 2006, p. 67.
Cross & Tapper 2010, p. 640.
Zie Regel 803(8)(a)(ii) van de Federal Rules of Evidence.
Zie regel 801(d)(1)(a) van de Federal Rules of Evidence. Is de verklaring niet onder ede afgelegd dan mag de verklaring uit het vooronderzoek alleen worden gebruikt ten behoeve van zogenaamde ‘impeachment’ van de getuige (zie regel 613 van de Federal Rules of Evidence).
Spencer 2008, p. 47.
De hearsay-doctrine heeft vorm gekregen in een zogenaamde admissibility rule en heeft daarmee het karakter van een uitsluitingsdoctrine. Als de rechter beslist dat sprake is van hearsay, mag het in beginsel niet voor het bewijs worden gebruikt en niet aan de jury worden voorgelegd. De vraag is wat precies onder hearsay moet worden verstaan. Cross omschrijft de hearsayverklaring als ‘a statement other than one made by a person giving oral evidence in the proceedings’.1 Het gaat om beweringen die niet mondeling op de terechtzitting zijn gedaan. Hearsay heeft betrekking op zogenaamde outof- court statements, die zowel schriftelijk als mondeling kunnen worden overgebracht. Bij een schriftelijke overbrenging moet bijvoorbeeld worden gedacht aan verslagen van politieverhoren of bedrijfsdocumenten. Bij een mondelinge overbrenging legt een getuige in de rechtszaal een verklaring af omtrent hetgeen een ander hem heeft medegedeeld. Het feit echter dat een getuige zegt, ‘ik hoorde X zeggen…’ betekent niet automatisch dat er sprake is van hearsay in juridische zin. Immers, of deze verklaring op grond van de hearsayexceptie dient te worden uitgesloten, is afhankelijk van het doel waarmee de verklaring in het proces wordt geïntroduceerd. De getuigenverklaring mag wel als bewijs dienen voor het feit dat de bewering is gedaan, ongeacht het waarheidsgehalte van de bewering van X. Echter, de feitelijke inhoud van de bewering van X zelf mag niet voor het bewijs worden gebruikt. De bewering is ‘inadmissible as evidence of any fact stated’.2 Een voorbeeld. Gerard verklaart ten overstaan van de rechter dat Carel hem heeft verteld dat Erik op het feest was. De mededeling van Carel ‘Erik was op het feest’ overgebracht door Gerard, mag niet dienen als bewijs dat Erik ook daadwerkelijk op het feestje aanwezig was. In dat geval is sprake van hearsay. Echter, als men wil bewijzen dat Carel wetenschap had van de aanwezigheid van Erik op het feest, dan is de verklaring van Gerard wel toelaatbaar als bewijs voor dat aspect.
Op de regel dat hearsay niet toelaatbaar is voor het bewijs zijn in de loop der eeuwen – zowel in het Engelse als in het Amerikaanse stelsel – de nodige uitzonderingen geformuleerd, waardoor de hearsay-regeling complex en lastig te doorgronden is. Traditioneel wordt bijvoorbeeld een uitzondering gemaakt voor zogenaamde dying declarations. Hierbij moet gedacht worden aan de situatie waarin het slachtoffer vlak voor zijn overlijden tegen de politie zegt wie hem van het leven heeft getracht te beroven. Dergelijke uitlatingen zijn wel aan te merken als hearsay, maar vallen onder de uitzondering op de hearsay-regel. De meeste uitzonderingen gelden alleen wanneer de oorspronkelijke declarant niet beschikbaar is om ter terechtzitting een verklaring af te leggen. Echter, er zijn ook gevallen waarin de oorspronkelijke declarant wel beschikbaar is, maar diens schriftelijk of mondeling overgebrachte mededelingen toch kunnen worden gebruikt. Zo wordt een algemene exceptie gemaakt voor zogenoemde bedrijfsdocumenten. Documenten opgesteld gedurende de normale bedrijfsuitoefening en die als authentiek worden aangemerkt, kunnen wel voor het bewijs worden gebezigd.3 Door de politie opgestelde documenten vallen in beginsel niet onder deze uitzondering, tenzij het gaat om algemene informatie over politiewerkzaamheden zoals het regelmatig controleren van gehanteerde snelheidsapparatuur. Gaat het echter om de feiten van een zaak en de in dit verband door politieambtenaren gedane waarnemingen, dan is deze exceptie niet van toepassing.4 Verklaringen van getuigen opgetekend door de politie worden in de Verenigde Staten in ieder geval altijd aangemerkt als hearsay en zijn in beginsel niet bruikbaar voor het bewijs. In het verleden waren ook in het vooronderzoek afgelegde verklaringen die bleken af te wijken van de ter terechtzitting afgelegde verklaring, niet bruikbaar voor het bewijs. Thans kan een eerder afgelegde verklaring van getuigen wel meewegen voor het bewijs, indien deze inconsistent is met een ter terechtzitting afgelegde verklaring en de getuige zijn eerdere verklaring onder ede heeft afgelegd. Dit valt onder de exceptie van de prior inconsistent statements.5 In Engeland en Wales is met de inwerkingtreding van de Criminal Justice Act 2003 een verandering opgetreden. Voorheen waren prior inconsistent statements slechts toelaatbaar met als doel het ondermijnen van de geloofwaardigheid van de mondeling ter terechtzitting afgelegde getuigenverklaring, thans zijn deze verklaringen ook toelaatbaar als bewijs van de feiten die in de verklaring zijn neergelegd.6 Met andere woorden, de inhoud van die verklaringen mogen in Engeland en Wales rechtstreeks bijdragen aan de bewijsbeslissing.