Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/4.3:4.3 Onmiddellijkheidsbeginsel in het continentale procesmodel
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/4.3
4.3 Onmiddellijkheidsbeginsel in het continentale procesmodel
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onmiddellijkheidsbeginsel vormt in het continentale procesmodel een belangrijke waarborg voor de kwaliteit van het rechterlijk beslisproces. Het woord onmiddellijk wordt in het Nederlands, maar ook in het Duits (Unmittelbarkeit), in verschillende betekenissen gebruikt en is een relationeel begrip. In al zijn betekenissen zegt het iets over de relatie waarin zaken, gebeurtenissen of personen tot elkaar staan. In Van Dale Groot woordenboek hedendaags Nederlands wordt het bijvoeglijk naamwoord onmiddellijk als volgt omschreven: ‘niet door iets anders gescheiden of bepaald’. In deze betekenis wijst het woord naar de relatie die cognitief wordt ingenomen tot een object of persoon. Onmiddellijk is datgene waartoe wij direct, in de zin van onbelemmerd, toegang tot hebben.1 Het tegenovergestelde, middellijk, is datgene wat we niet rechtstreeks kunnen kennen, maar slechts indirect door bemiddeling. Het woord onmiddellijk heeft ook de betekenis van ‘zonder tussenruimte aan iets palend’ (bijvoorbeeld in de onmiddellijke omgeving van de plaats van het delict) of ‘zonder tijdsverloop op iets anders volgend’ (de onmiddellijke gevolgen). In die betekenissen heeft het begrip een ruimtelijke of temporele dimensie en gaat het om de directe nabijheid (of relatie) tot een object, persoon of gebeurtenis in tijd of ruimte.2 Het juridische concept onmiddellijkheid heeft al deze aspecten in zich. Het gaat om een eenheid in tijd en ruimte, waarin de kenbaarheid van objecten of gebeurtenissen niet wordt geblokkeerd. Datgene wat in tijd en ruimte tegenwoordig is, kan worden gekend of waargenomen zonder verdere hulpmiddelen of instanties te hoeven in te schakelen.3 Volledige onmiddellijkheid is in die zin onhaalbaar, aangezien altijd een temporele en ruimtelijke afstand bestaat tot het delict. De beslissende rechter (of jury) is bij de reconstructie van het verleden immers altijd genoodzaakt zich langs middellijke weg kennis te verschaffen. De onmiddellijkheid van de procedure wordt daarom bepaald door de afstand die de rechter heeft tot de originele bewijsbronnen, waarbij het onvermijdelijk gaat om gradaties van meer of minder onmiddellijk.
Over de precieze invulling van het onmiddellijkheidsbeginsel bestaat geen consensus. Om die reden wordt in deze paragraaf nader ingegaan op de theorievorming omtrent het onmiddellijkheidsbeginsel en de aannamen die aan het onmiddellijkheidsbeginsel ten grondslag liggen. Allereerst wordt echter kort aandacht besteed aan de historische achtergrond waartegen het onmiddellijkheidsbeginsel zich heeft ontwikkeld.
4.3.1 Onmiddellijkheid als reactie op de geheime inquisitoire procedure4.3.2 Invulling van het onmiddellijkheidsbeginsel in de Duitse dogmatiek4.3.3 Aan het onmiddellijkheidsbeginsel ten grondslag liggende aannamen4.3.4 Functioneren van het onmiddellijkheidsbeginsel op het West-Europese continent