Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.C.6.a
a. Algemeen
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS471281:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Voetnoten
Voetnoten
Zie over het tuchtrecht in het algemeen en het notariële tuchtrecht in het bijzonder tevens M.R. Burghout, Naming en shaming in het notariële tuchtrecht Ars Notariatus nr. 148, Deventer: Kluwer 2011, p. 1-10.
Zie de uitspraak KvT Den Haag 14 oktober 2009, nr. 09-09, Eai:NL:TNOKSGR:2009:YC0348, waar een oud-notaris heeft nagelaten om ter voldoening aan zijn ‘Belehrungspflicht’ na te gaan of en in hoever het plan van toedeling krachtens de wettelijke herverkaveling op een onroerende zaak van toepassing was en partijen – met klaagster als koper – vervolgens expliciet te wijzen op de mogelijke gevolgen van de levering. Zie tevens hfdst. III, onderdeel E.3.
Voor de notaris vormt de overeenkomst van opdracht1 tussen de cliënt en de notaris het vertrekpunt voor de door hem te verrichten wettelijke- en buitenwettelijke werkzaamheden. Als een notaris toerekenbaar tekortschiet bij het opstellen van de overeenkomst, de akte van kavelruil of in de advisering en begeleiding van een kavelruilproject, kunnen cliënten een klacht indienen bij de kamer voor het notariaat.2 De kamer voor het notariaat kan de notaris vervolgens een tuchtmaatregel opleggen.3 De kamer is niet bevoegd tot het toekennen van een schadevergoeding, maar kan wel een boete opleggen, zo blijkt uit artikel 103 Wna. Indien een cliënt zijn schade vergoed wil zien, kan hij de notaris aansprakelijk stellen bij de civiele rechter en een schadeclaim indienen.