Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/2.2.1
2.2.1 Algemeen; doorlopende rekening-courant?
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS610825:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie Faber 2005.
Zie art. 6:140 BW.
Zie A. van Eijsden, 'De invorderingswet 1990', WFR 1990/5934, p. 1490. Hij schrijft dat na de invoering van de 1w 1990 de automatische verrekening voor zoveel problemen heeft gezorgd, dat niet langer - althans niet automatisch - van de verrekeningsbevoegdheid gebruik wordt gemaakt (zie de aanschrijving van de staatssecretaris van Financiën van 19 juli 1990, V-N 1990, p. 2546). Kennelijk is deze situatie in de tussentijd niet veranderd. Dit kwam zijdelings aan de orde in de procedure die leidde tot het vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 22 juli 2009, JOR 2009 /278, AJT. Een op de voet van art. 361w 1990 aangesproken bestuurder verweerde zich onder meer met de stelling dat aan de fiscus het verzoek was gedaan om verschuldigde loonbelastingen en premies volksverzekeringen te verrekenen met teruggaven omzetbelasting. De fiscus had deze verrekening niet uitgevoerd en stelde dat het computersysteem niet de mogelijkheid biedt dergelijke verrekeningen automatisch te verrichten. Om die - technische reden werd dit 'verrekeningsverweer' van de bestuurder niet door de rechtbank gehonoreerd.
Uiteraard dient die wel gekoppeld te worden aan voldoende waarborgen voor de belastingplichtige. De specifieke regeling uit het BW voor de doorlopende rekening-courant blijven om de hier genoemde redenen in dit onderzoek buiten beschouwing. Zie over deze regeling onder meer Faber 2005, p. 179-195, Asser /Hartkamp & Sieburgh 6-II, p. 207-211 en Mijnssen 2010. De fiscale verrekeningsregels in de Verenigde Staten vertonen het karakter van een rekening-courantsaldering, met name indien sprake is van een overpayment door de belastingplichtige: zie § 1.8.2.
De vereisten voor de civielrechtelijke verrekening zijn in extenso terug te vinden in de dissertatie van Faber.1 Zij worden hier, zo veel mogelijk in de wettelijke volgorde van Boek 6, Titel 1, Afdeling 12 BW, besproken voor zover dat van belang is om de civielrechtelijke regels te kunnen vergelijken met de verrekeningsregels van artikel 24 Iw 1990. Voor dit onderzoek kan interessant zijn de zogenaamde doorlopende verrekening in rekeningcourant.2 Op zichzelf genomen is het voorstelbaar dat de verhouding tussen de fiscus en een belastingplichtige zich zou lenen voor een doorlopende verrekening van belastingschulden en belastingvorderingen. De fiscus zou dan de rekening-courant kunnen 'bijhouden'. Een dergelijk verrekeningssysteem staat echter op gespannen voet met de specifieke verrekeningsregels van artikel 24 Iw 1990. Een doorlopende rekening-courantverhouding in de relatie tussen de fiscus en de belastingplichtige zou daarom een eigen wettelijke basis dienen te krijgen. Het blijkt dat het automatiseringssysteem van de belastingdienst momenteel niet in staat is geautomatiseerde verrekeningsboekingen te verrichten.3 Waarschijnlijk zal deze situatie de komende jaren niet veranderen. Dat is spijtig, omdat de figuur van een doorlopende rekening-courantverhouding tussen de fiscus en de belastingplichtigen nieuwe perspectieven kan bieden.4