Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/3.4.3.1
3.4.3.1 Waarderingmethoden en de verhouding tussen deze methoden
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630618:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Voetnoten
Voetnoten
Voor een uitgebreide uiteenzetting van het begrip bedrijfswaarde verwijs ik naar Meussen 1997 en Berkhout, onderdeel 8b.
In de notitie openingsbalans van VNG worden deze drie methoden aangeduid als (i) de comparatieve benadering (vergelijken met prijzen van andere objecten), de inkomstenbenadering (kijken naar de verdiencapaciteit van het object) en de kostenbenadering (aansluiten bij de bouw-/maak-/vervaardigingskosten). Te raadplegen via https://vng.nl/files/vng/20170515-svlo-notitie-openingsbalans.pdf.
Limperg 1968, pagina 50.
De bedrijfswaarde is de hoogste van de directe en indirecte opbrengstwaarde, hierbij wordt derhalve geen rekening gehouden met de vervangingswaarde.
Afbeelding afkomstig uit Berkhout 2015.
In essentie kunnen drie waarderingsmethoden worden onderscheiden, te weten: (i) de directe opbrengstwaarde (de comparatieve benadering) (ii) de indirecte opbrengstwaarde (verdiencapaciteit)1 en (iii) de vervangingswaarde/actuele kostprijs (kostenbenadering). In de jurisprudentie heeft de Hoge Raad het over ‘het bedrag dat is opgeofferd of had moeten worden opgeofferd voor de verkrijging daarvan krachtens een normale overeenkomst’ en ‘het opnemen van een vermogensbestanddeel moet op één lijn worden gesteld met de verwerving per die datum van een dergelijk vermogensbestanddeel van een derde.’2 De Hoge Raad heeft derhalve nog niet duidelijk aangegeven hoe de waarde in het economische verkeer moet worden bepaald. De Hoge Raad heeft de bedrijfswaarde wel expliciet benoemd als maatstaf voor de waardering van vermogensbestanddelen op de openingsbalans.
Volgens de beslisboom van Limperg wordt de waarde in het economische verkeer afgeleid uit de diverse waarderingsmethoden.3 De waarde is het laagste van de vervangingswaarde en de opbrengstwaarde. Voor de opbrengstwaarde moet worden uitgegaan van de hoogste van de directe opbrengstwaarde of de indirecte opbrengstwaarde.45
Ook Van Dijck en Meussen hanteren een dergelijke cross-check bij de bepaling van de waarde in het economische verkeer. Zij definiëren de waarde in het economische verkeer als de hoogste waarde van de directe en indirecte opbrengstwaarde.