Vormfouten
Einde inhoudsopgave
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/1.3:1.3 WET VORMVERZUIMEN: CODIFICATIE MET EEN BOODSCHAP
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/1.3
1.3 WET VORMVERZUIMEN: CODIFICATIE MET EEN BOODSCHAP
Documentgegevens:
Reindert Kuiper, datum 30-04-2014
- Datum
30-04-2014
- Auteur
Reindert Kuiper
- JCDI
JCDI:ADS617857:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Maatschappelijke onvrede over het functioneren van het strafproces lag aan de basis van de Wet vormverzuimen die halverwege de jaren ‘90 tot stand kwam. Kerngedachte van die wet is de noodzaak tot casusgebonden differentiatie door de rechter bij het verbinden van rechtsgevolgen aan vormfouten. Per vormfout in de wet de rechtsgevolgen vastleggen is niet alleen ondoenlijk vanwege de grote variëteit aan mogelijke vormfouten, maar levert ook een te rigide stelsel op. Voor evenredigheid in de rechtspraak is in concrete gevallen een belangenafweging nodig en de rechter bevindt zich in een veel betere positie dan de wetgever om die te maken, omdat hij rekening kan houden met alle omstandigheden van het geval. Vanuit deze visie bekrachtigde de wetgever de centrale positie van de strafrechter bij het bepalen van de rechtsgevolgen van vormfouten en verankerde hij de mogelijkheid tot toepassing van niet-ontvankelijkheid, bewijsuitsluiting en strafvermindering in de wet. Maar, wel met de uitdrukkelijke boodschap om toepassing van rechtsgevolgen die niet in verhouding staan tot de ernst van de vormfout voortaan te voorkomen.
Het zorgen voor evenredigheid tussen vormfout en het daaraan verbonden rechtsgevolg ging hiermee behoren tot de kern van het controleren en reageren op vormfouten door de strafrechter.
1.3.1 Nieuwe eisen aan de rechtspraak1.3.2 Rechtsongelijkheid, gebrek aan effectiviteit, efficiëntie en gezag