Het rechterlijk bevel en verbod als remedie
Einde inhoudsopgave
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/10.4.1:10.4.1 Inleiding
Het rechterlijk bevel en verbod als remedie (BPP nr. XXIII) 2023/10.4.1
10.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. J.J. van der Helm, datum 01-01-2023
- Datum
01-01-2023
- Auteur
mr. drs. J.J. van der Helm
- JCDI
JCDI:ADS692230:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
634. Hiervoor heb ik beschreven dat de rechter in belangrijke mate gebonden is aan het petitum. Het petitum is het werk van advocaten, waarop de rechter geen invloed heeft. Die betrekkelijk kleine invloed werkt door in het dictum. Het dictum is weliswaar het werk van de rechter, maar moet door de gebondenheid aan het petitum, bij dat petitum aansluiten.
635. In een veroordelend dictum van een uitspraak komt tot uitdrukking wat van de veroordeelde wordt gevergd, met andere woorden, welke handelingen hem worden verboden of tot het verrichten van welke handelingen hem een bevel wordt gegeven. Dat dictum dient daarom bij voorkeur zelfstandig, maar in ieder geval in samenhang met de overwegingen waarop het is gebaseerd, duidelijk en voldoende concreet te zijn. Niet alleen de veroordeelde moet eruit kunnen afleiden wat hij dient te doen of na te laten, maar ook voor de executerende eiser (en de deurwaarder) dient dat duidelijk te zijn.
636. In veel gevallen roept de formulering van een dictum inhoudende een bevel of verbod geen bijzondere vragen op. Het bevel aan de Staat om een veroordeelde in vrijheid te stellen is in de regel eenvoudig na te komen en bij een straatverbod kan een persoon worden verboden zich gedurende een zekere periode in een bepaalde straat te bevinden. Het wordt al moeilijker wanneer dat verbod zich uitstrekt tot bijvoorbeeld een straal van enkele kilometers rondom een straat of wanneer een (rechts)persoon wordt bevolen alle op een auteursrecht inbreuk makende gedragingen te staken. Een veroordelend dictum zal in ieder geval aan de volgende drie vereisten moeten voldoen:
duidelijk moet zijn wie iets moet doen of nalaten;
duidelijk moet zijn wat er moet worden gedaan of nagelaten;
duidelijk moet zijn wanneer of gedurende welke periode iets moet worden gedaan of nagelaten.
Ik werk deze drie vereisten hieronder uit. Vooral het tweede en het derde vereiste zijn van belang voor de vraag wanneer het bevel en verbod kunnen worden ingezet als effectieve remedies.