Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.7.5.4.2.3:7.7.5.4.2.3 Aansluiting bij gebruik na beëindiging huurovereenkomst
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.7.5.4.2.3
7.7.5.4.2.3 Aansluiting bij gebruik na beëindiging huurovereenkomst
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291154:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Besluit Staatssecretaris van Financiën van 19 september 2013, nr. BLKB2013/1686M, V-N 2013/54.15, paragraaf 7.3.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook bij beëindiging van de huurovereenkomst kan de 90%-eis tot een onbevredigend resultaat leiden. Indien geopteerd is voor belaste verhuur en de huurder de huurovereenkomst opzegt, dan is de huurder normaliter gebonden aan een opzegtermijn. Hierdoor kan het voorkomen dat de huurder de huur nog voor een bepaalde periode moet doorbetalen, terwijl hij het gehuurde onroerend goed al heeft verlaten (bijv. vanwege een verhuizing naar een ander (gehuurd) onroerend goed). Die leegstand – waarbij het gehuurde door de huurder feitelijk niet meer voor 90% of meer voor aftrekgerechtigde doeleinden wordt gebruikt en de huurder ook niet meer voornemens is het gehuurde feitelijk voor 90% of meer voor aftrekgerechtigde doeleinden te gaan gebruiken – heeft strikt genomen tot gevolg dat niet meer voldaan wordt aan de 90%-eis waardoor de verhuur gedurende in die leegstandsperiode vrijgesteld is van btw-heffing. Een dergelijk resultaat staat haaks op het beginsel van de fiscale neutraliteit, omdat het leidt tot cumulatie van btw-heffing. De wetgever heeft met de 90%-eis beoogd om een einde te maken aan verhuurconstructies door vrijgesteld presterende belastingplichtigen en niet-belastingplichtigen. De wetgever heeft met de 90%-eis dus niet beoogd om ook leegstand van een onroerend goed na opzegging van de huurovereenkomst door een (nagenoeg) volledig aftrekgerechtigde huurder van de optieregeling uit te sluiten. Het is daarom wenselijk dat de Staatssecretaris van Financiën die bijwerking van het ‘medicijn’ tegen de verhuurconstructies heeft weggenomen door de goedkeuring dat de optie voor belaste verhuur doorloopt tot de beëindiging van de huurovereenkomst.1 Dit goedkeurende beleid laat evenwel zien dat ook de Staatssecretaris van Financiën van mening is dat de 90%-eis tot onbevredigende uitkomsten kan leiden.