Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wenselijk?
Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/3.14.5:3.14.5 Uitkeringen en de Engelse LLP
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/3.14.5
3.14.5 Uitkeringen en de Engelse LLP
Documentgegevens:
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS397929:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Verenigd Koninkrijk is in de faillissementswet voor de Britse LLP een speciale bepaling (adjustment of withdrawals) geïntroduceerd die vennoten aansprakelijk houdt voor onttrekkingen aan het vermogen van de vennootschap die aanleiding geven tot de situatie dat de vennootschap niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen of die hebben plaatsgevonden terwijl de vennootschap niet voldoende vermogen had om haar schulden te betalen.1 Onttrekkingen kunnen onder andere zijn: een uitbetaling van een deel van de winst, betaling van loon en (terug)betaling van rente.2 Vereiste voor aansprakelijkheid is dat de vennoten op het moment van de onttrekking wisten of redelijke gronden hadden om te behoren te weten dat de LLP niet in staat was of door de onttrekking niet in staat zou blijven, om aan haar verplichtingen te voldoen. Om vast te stellen of er sprake was van redelijke gronden voert de rechter een minimum objective test en een onerous subjective test uit. De eerste test houdt in dat er getoetst wordt aan hetgeen een redelijke vennoot behoorde te weten in zijn of haar positie.3 De tweede test houdt in dat gekeken wordt naar wat de betreffende vennoot had moeten weten gegeven zijn of haar persoonlijke vaardigheden, ervaring en kennis.4 De rechter heeft een grote discretionaire bevoegdheid bij de vaststelling van de hoogte van het aansprakelijkheidsbedrag..5 Dit bedrag kan echter niet hoger zijn dan het totale bedrag van de onttrekkingen die de vennoot heeft gepleegd in de periode van twee jaar voor aanvang van liquidatie.6 Deze bepaling is zowel van toepassing op vennoten als op de facto vennoten (shadow members).7