Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/5.4.4.1
5.4.4.1 Algemeen
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS393683:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie artikel109 van het Financieel Reglement en GEU 15 april 2011, T-297/05 (IPK International), n.n.g., AB 2011, 285, m.nt. A. Drahmann, SEW 2012, p. 121-125, m.nt. J.C.A. van Dam en J.E. van den Brink, r.o. 122 - 126.
Overigens worden de beginselen in het aanbestedingsrecht en het Europees subsidierecht niet helemaal hetzelfde uitgelegd. In de Europese subsidieregelgeving kan ik bijvoorbeeld niet vinden dat de selectiecriteria zodanig moeten zijn geformuleerd dat iedere redelijk geïnformeerde en zorgvuldige subsidieaanvrager ze op dezelfde manier zal interpreteren. Het spreekt mijns inziens voor zich dat de selectiecriteria die worden gehanteerd voor de verdeling van Europese subsidies, ook aan deze eis moeten voldoen.
Zie hieromtrent de annotatie van W. den Ouden bij ABRvS 20 oktober 2010, AB 2011, 232, m.nt. W. den Ouden (Coach 4 kids); Widdershoven/Verhoeven e.a. 2007, p. 205 e.v.
Zie artikel 53ter van het Financieel Reglement.
Voor de migratiefondsen is expliciet bepaald dat oproepen tot het indienen van voorstellen moeten worden bekendgemaakt die onder meer de doelstellingen, de selectiecriteria en de relevante bewijsstukken moeten bevatten, zie bijvoorbeeld artikel 9, eerste lid, van de Commissiebeschikking EVF. Voor de overige Europese subsidieregelingen geldt dat op zijn hoogst is voorgeschreven dat de lidstaten publiciteit geven aan de mogelijkheid om voor Europese subsidies in aanmerking te komen. Zie artikel 5, eerste lid, van de Commissieverordening nr. 1828/2006 (structuurfondsen), artikel 29, eerste lid, van de Commissieverordening nr. 498/2007 (Europees Visserijfonds), bijlage VI, onder 1.1, van de Commissieverordening nr. 1974/2006 (ELFPO) en artikel 8, eerste lid, van de Commissieverordening 501/2008 (voorlichtings- en afzetbevorderingsacties).
Zie artikel 9, eerste lid, onder b, van de Commissiebeschikking EVF.
Selectiebesluiten moeten worden toegelicht: zie artikel 9, zesde lid, van de Commissiebeschikking EVF.
Zie artikel 9, derde lid, van de Commissiebeschikking EVF. Niet duidelijk is of dit ook betekent dat deze redenen richting de subsidieaanvrager moeten worden gecommuniceerd.
Zie artikel 5, tweede lid, aanhef en onder b en c, van de Commissieverordening nr. 1828/ 2006 (structuurfondsen); artikel 29, tweede lid, aanhef en onder b en c, van de Commissieverordening nr. 498/2007 (Europees Visserijfonds) en bijlage VI bij de Commissieverordening nr. 1974/2006 (ELFPO).
Uit het voorgaande blijkt dat in het kader van Een Leven Lang Leren en Jeugd in Actie de beginselen van transparantie, onpartijdigheid en gelijkheid van toepassing zijn op de verdeling van Europese subsidies door nationale agentschappen. Voormelde beginselen zijn ook van toepassing op de verdeling van Europese subsidies die rechtstreeks door de Europese Commissie en Europese uitvoerende agentschappen aan de eindontvangers worden verstrekt.1 Zij beogen te bewerkstelligen dat iedere potentiële aanvrager een gelijke kans heeft om een Europese subsidie te verkrijgen. Dat deze beginselen niet alleen betekenis hebben in het aanbestedingsrecht, maar ook van toepassing zijn op de verstrekking van Europese subsidies is niet verwonderlijk.2 Er bestaat immers geen principieel verschil tussen de verstrekking van schaarse opdrachten en schaarse Europese subsidies. Het subsidierecht vereconomiseert; in toenemende mate zijn subsidieaanvragers elkaars concurrenten.3
Voor de Europese subsidies die door nationale uitvoeringsorganen in gedeeld beheer worden verstrekt, geldt dat in het Financieel Reglement en de daarbij behorende Commissieverordening geen regels zijn te vinden over de verdeling van deze subsidies. De beginselen van gelijkheid en transparantie worden ook niet van toepassing verklaard.4 In de desbetreffende Europese subsidieregelgeving worden wel uit het gelijkheids- en transparantiebeginsel voortvloeiende eisen gesteld. Ten eerste is in de Europese subsidieregelgeving in meer of mindere mate voorgeschreven dat aan de mogelijkheid tot het aanvragen van een Europese subsidie ruime bekendheid moet worden gegeven.5 De Europese subsidieregelgeving die ziet op de Migratiefondsen bepaalt ten tweede dat de selectiecriteria (vooraf) bekend moeten worden gemaakt,6 stelt eisen aan de motivering van de beslissing om de Europese subsidie toe te kennen,7 en schrijft voor dat de redenen waarom projecten niet worden geselecteerd worden opgetekend.8 In het kader van de structuurfondsen ESF en EFRO, het Europees Visserijfonds en het ELFPO is in de derde plaats expliciet bepaald dat de nationale autoriteit aan potentiële begunstigden duidelijke en gedetailleerde informatie verstrekt over ten minste de beschrijving van de procedures voor de behandeling van subsidieaanvragen en van de daarmee gemoeide tijd en de criteria voor de selectie van de te subsidiëren projecten.9
De beginselen van transparantie, onpartijdigheid en gelijkheid worden echter niet expliciet van toepassing verklaard op de nationale procedure die nationale uitvoeringsorganen hanteren bij de selectie van de aanvragen om voor Europese subsidies in aanmerking te komen.