Einde inhoudsopgave
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/5.2.1
5.2.1 Observaties over de rol van de AV en aandeelhouders
mr. S.B. Garcia Nelen, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. S.B. Garcia Nelen
- JCDI
JCDI:ADS232632:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Vletter-van Dort, Ondernemingsrecht 2018/45 en Elion, MvO 2018/1-2, p. 17.
Zie ook: EU Actieplan 2012, p. 3.
Voor een aandeelhouder met een beperkt belang staan de kosten die hij moet maken om actief controle op het bestuur uit te oefenen niet in verhouding tot de mogelijke voordelen, waardoor de kleinere aandeelhouders zich vanzelf passief zullen opstellen. Zie ook: Lokin 2018, par. 65. Institutionele investeerders worden ook wel omschreven als rationeel terughoudend (rationally reticent) in plaats van rationeel apathisch, omdat zij wel actief zullen reageren op voorstellen van anderen maar die voorstellen niet zelf zullen initiëren. Zie Eisenberg & Cox 2014, p. 310.
Westerhuis & De Jong 2015, p. 17. Hiermee wordt bedoeld dat minderheidsaandeelhouders weinig prikkels voelen om kosten te maken om zich actief te bemoeien met de beursvennootschap, omdat zij hopen dat andere aandeelhouders die kosten maken en zo een controlefunctie uitoefenen jegens het bestuur van de beursvennootschap, waarvan de passieve aandeelhouders profiteren. Zie ook: Eisenberg & Cox 2014, p. 309 en Lokin 2018, par. 65.
Lokin 2018, par. 65.
Ter illustratie: volgens Bower & Paine 2017, p. 54 hielden aandeelhouders in Amerikaanse beursvennootschappen hun aandelen in 2015 gemiddeld 7,3 maanden. Wereldwijd was dit gemiddelde 7,4 maanden. In 1976 was het gemiddelde in Amerikaanse beursvennootschappen 5,1 jaar en wereldwijd 3,9 jaar.
Bower & Paine 2017, p. 54. Stout 2012, p. 9.
Zie paragraaf 2.4 van dit proefschrift.
Abma, Ondernemingsrecht 2019/158, par. 2.
Zie bijvoorbeeld Westerhuis & De Jong 2015, p. 14 en Assink/Slagter 2013 (Deel 1), par. 43.
Code Tabaksblat, par. 1. Zie hierover ook: Ch.E. Honée, ‘Corporate governance, een vogelvlucht’, Ondernemingsrecht 2016/67, par. 2.
Kamerstukken II 2008/09, 31 746, nr. 3 (MvT), p. 1; Kamerstukken II 2016/17, 29 752, nr. 9, p. 6; EU Actieplan 2012, p. 3 & 5; Kamerstukken II 2019/20, 35 367, nr. 3 (MvT), p. 3.
Considerans 14 van de Herziene Aandeelhoudersrichtlijn. Zie in vrijwel gelijke zin: EU Actieplan 2012, p. 9. Overigens richt de door de Europese Commissie voorgestane vorm van aandeelhoudersbetrokkenheid zich met name op de toezichtsfunctie van de AV, en dan specifiek op het beloningsbeleid en transacties met verbonden partijen. Daarnaast richt de Commissie zich op regels voor volmachtadviseurs, samenwerking tussen aandeelhouders en werknemersaandelen.
Monitoring Commissie Corporate Governance Code, Slotdocument, december 2017, p. 10.
Principe 4.1 van de Corporate Governance Code. Zie hierover ook Schwarz, GS Rechtspersonen 2019/20, artikel 2:107 BW, aant. 6.
Zie bijvoorbeeld Sanders 1952, p. 350-351, waarover ook Overkleeft 2017, par. 2.7.1. Zie ook: Schuit 2008, par. 3 en Vletter-van Dort, Ondernemingsrecht 2018/45.
Vletter-van Dort, Ondernemingsrecht 2018/45, par. 1: “Deze tegengestelde bewegingen leiden tot de vraag of de aandeelhouder in een beursvennootschap als eigenaar beschouwd dient te worden en daarmee een plaats verdient in de driehoek van corporate governance.” [onderstreping SBGN].
Evershed LJ in Short v. Treasury Commissioners [1948] 1 KB 116 122.
Delaware Supreme Court, NACEPF, Inc. v. Gheewalla, 930 A.2d 92 (Del. 2007), onder verwijzing naar Delaware Supreme Court, Malone v. Brincat, 722 A.2d 5 (Del. 1998). Niet geheel duidelijk is of hier bedoeld wordt dat aandeelhouders de eigenaren zijn van de onderneming (business) of van de vennootschap (corporation), maar dat laatste lijkt het geval te zijn. In dat geval is de vraag wat onder het begrip ‘vennootschap’ verstaan wordt. Naar Nederlands recht kan iemand geen eigenaar zijn van een vennootschap, maar slechts rechthebbende tot de aandelen in het kapitaal van een vennootschap. Ik vraag me af of dit een terminologisch verschil of een principieel verschil van perspectief is. Conceptueel lijkt het me in ieder geval een relevant verschil en een belangrijk terminologisch onderscheid.
Bower & Paine 2017, p. 53; Strine 2017, p. 1876 en 1927; Stout 2012, p. 37-38.
Fama 1980, p. 289, die daar ook opmerkt: “We first set aside the typical presumption that a corporation has owners in any meaningful sense.” Overigens is reden dat Fama het eigendomsconcept irrelevant vindt voornamelijk gelegen in het dat in een ‘nexus of contracts’ vele mensen gerechtigd zijn tot de verschillende aspecten van een onderneming, hetgeen niet direct aansluit bij de Nederlandse zienswijze waarbij de vennootschap een eigen persoonlijkheid en belang heeft.
Zie over de eerste reden: Kamerstukken II 2003/04, 29 449, nr. 1, p. 1; Assink/Slagter 2013 (Deel 1), par. 43. Zie over de tweede reden: Kamerstukken II 2019/20, 35 367, nr. 3 (MvT), p. 3; De Jongh 2014, nr. 178. Deze tweede reden wordt ook genoemd in economische literatuur, zie Shleifer & Vishny 1996: “The principal reason that investors provide external financing to firms is that they receive control rights in exchange.” Zie ook Assink/Slagter 2013 (Deel 1), par. 4.2, die als redenen voor zeggenschapsrechten noemt dat aandeelhouders niet weten of zij een vergoeding zullen ontvangen voor hun ‘inbreng’ van risicodragend vermogen, waarbij zij zijn achtergesteld ten opzichte van andere schuldeisers en dat hun positie in de regel niet wordt beschermd door contractuele arrangementen. Zijn beide redenen raken aan het door mij als tweede genoemde punt.
Assink/Slagter 2013 (Deel 1), par. 4.2.
Kamerstukken II 1970/1971, 10 751, nr. 10 (MvA), p. 2.
Zie voor de belangen ook bijlage 1.
De rol van aandeelhouders binnen de corporate governance van beursvennootschappen vormt een heikel punt. Lang niet iedereen is het erover eens dat aandeelhouders überhaupt een rol zouden moeten spelen binnen de corporate governance van de beursvennootschap. Sommigen menen dat aandeelhouders helemaal geen (actieve) rol willen of kunnen spelen in de corporate governance-verhoudingen.1 De houding van aandeelhouders ten opzichte van hun rol in de checks and balances binnen de beursvennootschap schept inderdaad een schizofreen beeld. Aan de ene kant lijken aandeelhouders niet geneigd te zijn om actief te participeren in de vennootschappelijke verhoudingen door gebruikmaking van hun wettelijke rechten als individueel aandeelhouder en in de AV.2 Oorzaken hiervan kunnen onder andere gezocht worden in de rationele apathie van aandeelhouders3 in combinatie met het free rider-probleem.4 In de praktijk leidt dit ertoe dat met name kleinere aandeelhouders zich weinig actief zullen opstellen.5 Zij fungeren in de afgelopen jaren steeds meer als passanten.6 Aan de andere kant beklagen actieve aandeelhouders zich, op momenten dat zij het niet eens zijn met het bestuur en hun stem willen laten horen, juist over het gebrek aan middelen om het bestuur te laten luisteren naar hun wensen. Eenzelfde schizofrenie is waarneembaar aan de zijde van het bestuur. Dat beklaagt zich aan de ene kant over het gebrek aan participatie door aandeelhouders, terwijl het als het hem niet goed uitkomt de aandeelhouder geen zeggenschap gunt, onder verwijzing naar het bestuursprimaat. De voorgaande simplificatie vormt uiteraard een karikatuur van de veelkleurige werkelijkheid, maar het geeft wel een indruk van de vele en conflicterende waarheden.
Willen aandeelhouders een actieve rol vervullen in de corporate governance-verhoudingen? Ook die vraag is niet eenvoudig beantwoord. Dé aandeelhouder bestaat niet en verschillende typen aandeelhouders kunnen verschillende maten van betrokkenheid of afzijdigheid verkiezen. Aandeelhouders zullen verschillende investeringsdoelen, risicowensen en investeringshorizons hebben.7 De mate van betrokkenheid kan ook verschillen per moment. Als het goed gaat met de onderneming, zullen veel beleggers veelal niet van zich laten horen en het bestuur zijn gang laten gaan. Dat kan anders worden indien er sprake is van bijzondere situaties zoals een overnamebod op de vennootschap, een geval van fraude, of tegenvallende resultaten. Over het algemeen geldt dat een groot gedeelte van de aandelen in beursvennootschappen wordt gehouden door institutionele aandeelhouders.8 In 2014 hielden deze beleggers 93% van de aandelen in de beursvennootschappen in de AEX-index.9 Institutionele beleggers functioneren als financiële investeerders en zijn veelal niet actief betrokken bij de gang van zaken van de onderneming. Die passieve houding van de kapitaalverschaffer past op zich ook bij het Nederlandse systeem, waarin het primaat voor het bepalen van de strategie bij het bestuur ligt. De vraag is vooral of het Nederlandse governancestelsel aandeelhouders wil toestaan om zeggenschapsrechten op het gebied van de strategie uit te oefenen wanneer zij dat wél willen, met name wanneer sprake is van een situatie waarin de belangen van aandeelhouders direct en ingrijpend kunnen worden geraakt.
Moeten aandeelhouders een actieve rol vervullen in de corporate governance verhoudingen? Het vaak genoemde concept van checks and balances veronderstelt enige mate van aandeelhoudersinvloed. Gesteld wordt veelal dat dit nodig is voor een werkbare balans tussen de machtsposities.10 Wat precies begrepen moet worden onder checks and balances is niet duidelijk, maar gesteld is wel dat ‘checks’ zien op efficiënt toezicht op het bestuur, terwijl ‘balances’ zien op een evenwichtige verdeling van invloed tussen het bestuur, de raad van commissarissen en AV.11 De Nederlandse en Europese wetgevers hebben meer dan eens aangegeven dat aandeelhouders een belangrijke rol spelen bij goede corporate governance.12 Eenzelfde gedachte volgt uit de considerans bij de Herziene Aandeelhoudersrichtlijn:
“Een effectieve en duurzame aandeelhoudersbetrokkenheid is een van de hoekstenen van het corporate governance-model van beursgenoteerde vennootschappen, dat is gebaseerd op controlemechanismen tussen de verschillende organen en belanghebbenden. Een grotere betrokkenheid van aandeelhouders bij de corporate governance is een van de middelen die kunnen bijdragen tot een verbetering van de financiële en niet-financiële prestaties van vennootschappen, ook wat betreft ecologische, sociale en governancefactoren, met name zoals bedoeld in de door de Verenigde Naties ondersteunde beginselen voor verantwoord investeren.”13
Ook de Commissie Van Manen meent dat actieve betrokkenheid van aandeelhouders van belang is voor de onderneming waarin zij investeren.14 Volgens de Corporate Governance Code dient de AV een zodanige invloed te kunnen uitoefenen op het beleid van het bestuur en de raad van commissarissen van de vennootschap, dat zij een volwaardige rol speelt in het systeem van checks and balances binnen de vennootschap, en veronderstelt goede corporate governance een volwaardige deelname van aandeelhouders aan de besluitvorming in de AV.15 Samengevat lijkt de heersende opinie te zijn dat van belang is dat aandeelhouders enige vorm van invloed kunnen uitoefenen in de vennootschappelijke organisatie.
Meerdere schrijvers vinden daarentegen dat de AV geen actieve rol zou moeten vervullen in de corporate governance-verhoudingen en menen dat de controlerende of tegenwicht biedende rol van de AV zou moeten worden overgelaten aan de raad van commissarissen, de rechter, de markt of publieke overheden.16 In de literatuur wordt door de tegenstanders van aandeelhoudersinvloed wel beweerd dat het argument om aandeelhouders te betrekken in corporate governance gelegen is in het feit dat zij door sommigen (onterecht) als eigenaar van de beursvennootschap worden beschouwd.17 Ik betwijfel of dat het geval is. Aandeelhouders worden in Nederland niet als ‘eigenaar’ van de vennootschap of de onderneming gezien, maar als rechthebbende van de aandelen die zij houden.
Dit verschijnsel is niet uniek in Nederland; het werd treffend verwoord in Short v. Treasury Commissioners van het hof van beroep van Engeland en Wales: “Shareholders are not, in the eyes of the law, part owners of the undertaking. The undertaking is something different from the totality of the shareholding.”18 Overigens worden aandeelhouders volgens de Delaware Supreme Court kennelijk wel als eigenaren beschouwd: “Delaware corporate law provides for a separation of control and ownership. The directors of Delaware corporations have ‘the legal responsibility to manage the business of a corporation for the benefit of its shareholders owners.’”19 Deze stelling lijkt echter ook niet onbetwist, en verschillende schrijvers betogen dat ook in de Verenigde Staten niet gezegd kan worden dat aandeelhouders juridisch gezien ‘eigenaren’ van de vennootschap of de onderneming zijn.20 Het fenomeen ‘separation of ownership and control’ is wat mij betreft dan ook meer juist omschreven als ‘separation of security ownership and control’.21
Anders dan door tegenstanders van aandeelhoudersinvloed wel wordt gezegd, zijn de redenen om aandeelhouders in Nederland te betrekken in de corporate governance mijns inziens niet dat aandeelhouders gezien worden (of werden) als eigenaren van de vennootschap. Die redenen zijn (1) een systeem van checks and balances creëren, en (2) voldoen aan de wens van kapitaalverschaffers om enige vorm van zeggenschap uit te kunnen oefenen als garantie voor hun investering.22 De positie van aandeelhouders wordt immers niet beschermd door contractuele afspraken, die wel gelden bij andere financiers zoals kredietverstrekkers.23 Daarom nemen aandeelhouders mogelijk genoegen met minder zeggenschapsrechten bij een beursvennootschap waarin zij veel vertrouwen hebben, dan bij een NV waarin zij weinig vertrouwen hebben:
“Men kan niet verwachten dat het vermogen blindelings ter beschikking zal worden gesteld: de vermogensverschaffers zullen zekere garanties verlangen. Gaat het om “eigen vermogen” der onderneming – d.w.z. het risicodragend kapitaal – dan liggen zeggenschapsrechten, zoals in de naamloze vennootschap, voor de hand; gaat het om “vreemd vermogen” – b.v. obligatieleningen, onderhandse leningen, bankkrediet – dan zal persoonlijke of zakelijke zekerheid dan wel deelneming in het toezicht worden verlangd. Naarmate de onderneming meer risico's meebrengt, zullen de kapitaalverschaffers meer garanties verlangen; in ondernemingen waarin zij groot vertrouwen hebben, blijken zij in vrij vergaande mate bereid daarvan afstand te doen.”24
Uiteraard kan het ook nog zo zijn dat een investering grote risico’s met zich meeneemt en aandeelhouders toch genoegen nemen met weinig garanties in de vorm van zeggenschapsrechten, omdat er een hoog potentieel rendement tegenover staat.
Veel institutionele beleggers in Nederlandse beursvennootschappen zijn aandeelhouders die voor lange termijn in meerdere beursvennootschappen een aanzienlijk belang houden, bijvoorbeeld tussen de 1% en de 10%.25 Deze beleggers zijn veelal behoorlijk actief betrokken bij de corporate governance van beursvennootschappen en wensen juist enige vorm van invloed in de beursvennootschap. Dit heeft in mijn beleving er niet mee te maken dat zij zouden menen dat zij eigenaren zijn van de NV’s waarin zij investeren. De mate van zeggenschap van een aandeelhouder is in de praktijk niet het resultaat van een principiële discussie over waar de ‘macht’ zou moeten liggen, maar een overweging bij een zakelijke transactie die plaatsvindt als de desbetreffende aandeelhouder meent dat het rendement opweegt tegen het risico, waarbij het risico mede bepaald wordt door de mate van zeggenschap. Een mogelijke bijwerking van die transactie is dat er een systeem ontstaat waarbij het zelfstandig opererend bestuur enige mate van tegenwicht geboden wordt door zeggenschapsrechten van aandeelhouders. Dat is – in positieve zin – een systeem van checks and balances en – in negatieve zin – een bodem voor aandeelhoudersactivisme. Ik meen dat het in de basis om voornoemde redenen goed is dat aandeelhouders betrokken zijn bij de corporate governance, maar dat de vraag met name is hoe zij in positieve zin betrokken kunnen zijn. Het antwoord op die vraag hangt nauw samen met de normen die gelden voor de AV en individuele aandeelhouders.