De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.4.3:6.4.3 Vorm en vormgever van het examen
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.4.3
6.4.3 Vorm en vormgever van het examen
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949626:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 3, tweede lid, van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB.
Artikel 3, vijfde lid, van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB.
Nota van toelichting, p. 9 (Stb. 2010, 294).
Artikel 7.4.6, tweede lid, van de Web.
Artikel 1.1.1 van de Web.
Artikel 7.2.8, tweede lid, van de Web.
Artikel 1.5.3 van de Web.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het examen van een beroepsopleiding beslaat een kwalificatie en één of meer keuzedelen. De student wordt geëxamineerd aan de hand van een instellingsexamen, een centraal examen of een combinatie van beide. De examens voor de beroepsopleidingen waren tot 2009 enkel een aangelegenheid van het bevoegd gezag van de instelling. Hier kwam verandering in door een amendement op de Wet College voor toetsen en examens.1 Met dit amendement kreeg het CvTE de taak om centrale examens voor het beroepsonderwijs te ontwikkelen. Deze centrale examens hebben enkel betrekking op de Nederlandse taal, rekenen en voor bepaalde opleidingen op het Engels.2 Door de invoering van centrale examinering is de integrale verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag voor de kwaliteit van de examinering voor Nederlandse taal en rekenen vervangen door een gedeelde verantwoordelijkheid tussen het bevoegd gezag en de minister.3
Het examen is opgedeeld in verschillende examenonderdelen, te weten generieke, specifieke en onderdelen die een keuzedeel betreffen. De generieke examenonderdelen hebben betrekking op taal, rekenen en loopbaan en burgerschap, en daarnaast bij bepaalde opleidingen op het Engels.4 Deze generieke examenonderdelen zijn van toepassing op elke opleiding. De specifieke examenonderdelen zien op de examinering van de beroepsgerichte kwalificatie-eisen, die per kwalificatie en dus ook per opleiding verschillen. Ten slotte zijn er examenonderdelen gericht op het examineren van de kwalificatie-eisen die betrekking hebben op een door de student gekozen keuzedeel.
De examenonderdelen bestaan uit een instellingsexamen, centraal examen of combinatie van beide.5 Indien een examen bestaat uit een centraal examen en een instellingsexamen bepaalt de minister – net als voor het eindexamen in het voortgezet onderwijs - welk deel van het examen centraal wordt geëxamineerd en welk deel door de instelling wordt geëxamineerd.6 Enkel het examen rekenen is geheel een centraal examen.7 Het examen voor de Nederlandse taal is deels een centraal examen en deels een instellingsexamen, dit geldt voor bepaalde opleidingen ook voor het examen Engelse taal.8 De instelling kan in de examens voor specifieke examenonderdelen afzonderlijke taal- en rekentoetsen opnemen die zien op specifiek voor het betreffende beroep benodigde taal- en rekenvaardigheden.9 De examens voor de specifieke examenonderdelen en voor het keuzedeel zijn instellingsexamens.
De student komt pas in aanmerking voor een diploma als hij naast het examen ook de beroepspraktijkvorming met succes heeft afgerond.10 Met de beroepspraktijkvorming wordt het onderwijs in de praktijk van het beroep bedoeld.11 Dit vindt plaats op grond van een overeenkomst tussen de student, onderwijsinstelling en het betreffende bedrijf.12 De bedrijven die beroepspraktijkvorming aanbieden moeten erkend worden door de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB).13 In de overeenkomst moet onder meer afgesproken worden welk deel van de kwalificatie of het keuzedeel de beroepspraktijkvorming omvat en hoe dit beoordeeld wordt. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen of de student de beroepspraktijkvorming met goed gevolg heeft afgelegd.14 Hierbij dient het bevoegd gezag het oordeel van het betreffende bedrijf te betrekken.