De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/12.2.4.2:12.2.4.2 Stemrechten die worden gehouden in andere beursvennootschappen
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/12.2.4.2
12.2.4.2 Stemrechten die worden gehouden in andere beursvennootschappen
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS366350:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het ligt voor de hand de toerekening te beperken tot de stemrechten die de in onderling overleg handelende partijen houden in de doelvennootschap ten aanzien waarvan zij samenwerken en niet ook in de andere beursvennootschappen waarin zij aandeelhouder zijn. Van geval tot geval moet worden vastgesteld of er sprake is van samenwerking die voldoet aan de voorwaarden van de acting in concert-definitie van art. 1:1 Wft. Bij de vaststelling of er sprake is van een overeenkomst, en zo ja, wat partijen daarmee beogen, kan een rol spelen dat partijen in andere vennootschappen ook met elkaar in onderling overleg handelen of dat in het verleden deden (zie eerder § 9.4.3).
Het voorgaande is anders indien het bijzondere vermoeden van onderling overleg van toepassing is. Dan beperkt de toerekening beperkt zich niet – zoals het “normaaltype” acting in concert (§ 12.2.4.2) – tot een specifieke doelvennootschap. De rechtvaardiging daarvoor is eenvoudig: het gaat hier niet om een gedraging ten aanzien van een bepaalde vennootschap, maar om een toestand, die ten aanzien van alle vennootschappen waarin een deelneming wordt gehouden hetzelfde is. De gedragscoördinatie in een groepsverband vindt haar grondslag niet in een overeenkomst, maar in de met de afhankelijkheidsverhouding gegeven zeggenschap (§ 11.3.1). Indien overigens in de toekomst zou worden voorzien in een uitzondering op de toerekening – zoals door mij bepleit (§ 12.5) – dan moet wel per vennootschap worden bezien of is voldaan aan de voorwaarden daarvoor.