Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/62.6
62.6 De toekomst en de rol van de overheid
mr. P.J. Stolk, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. P.J. Stolk
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Paul Craig/Grainne de Burca , EU Law, Text, cases and materials, Oxford: Oxford University Press 2015, p. 27, V.
B. Steur en L. Parie-Joosten, Openbaar bestuur en economische ontwikkeling: achtergronddocument, Den Haag: Studiegroep Openbaar Bestuur 2016, p. 8.
Zie het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid: Huub Dijstelbloem e.a. (red.), Het gezicht van de publieke zaak, Amsterdam: Amsterdam University Press 2010, p. 19-20.
Met als belangrijke voorbeelden het belang van samenwerking waar het gaat om de grote opgaven voor de overheid als het bouwen van een 1 miljoen woningen, het verbeteren van de duurzaamheid, het voeren van een klimaatbeleid , de energie transitie, het sociaal domein en het wegwerken van de wachttijden in de jeugdzorg.
Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn in toenemende mate bevoegdheden en taken die op nationaal niveau belegd waren overgedragen naar het niveau van de Europese Unie. Deze taken werden en worden overgedragen als gevolg van de toenemende integratie.1 Daarnaast werd in het kader van de toenemende bezuinigingen geleidelijk een omvangrijk pakket aan taken en verantwoordelijkheden overgedragen aan de gemeenten.2 Het gevolg van deze overdracht is dat de nationale overheid nog maar in beperkte mate gaat over beleidsterreinen die direct effect hebben op het dagelijkse leven van de burger, terwijl bij de burger wel de verwachting bestaat dat de nationale overheid aan zet is om de publieke belangen op deze terreinen te behartigen. De nationale overheid is daarnaast steeds meer afhankelijk van de samenwerking met andere bestuurslagen om tot het oplossen van maatschappelijke vraagstukken te komen.3 Daarbij gaat het om onderwerpen als wonen en zorg, maar ook als het gaat om de regulering van de gevolgen van migratie.
Dergelijke onderwerpen hebben in potentie het gevaar in zich te leiden tot een conflict tussen de nationale overheid en de decentrale bestuursorganen. Het basismodel dat in de Nederlandse bestuurscultuur gehanteerd wordt ter voorkoming of oplossing van dergelijke conflicten is het overleg. De reflectie van dat overleg is o.m. terug te vinden in artikel 10:41 Awb. Ik bepleit dan ook om dit voor de toekomst consequent toe te passen bij ieder voornemen tot vernietiging, mede in het licht van de ‘zware’ motiveringsplicht.
Gezien de grondwettelijke verankering van het spontane vernietigingsrecht zal dit recht – al was het maar vanwege de speciale procedure voor wijziging van de Grondwet – niet snel verdwijnen. Voor de toekomst geldt de voortzetting van het bestaande bescheiden gebruik van de figuur van de spontane vernietiging, waar overleg en samenwerking tussen overheden de norm vormen.4