RvdW 2025/158:Art. 416 lid 2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal, art. 310 Sr. Ontvankelijkheid hoger beroep, appelschriftuur bij stukken. Kon hof (enkelvoudige kamer) oordelen dat door of namens verdachte geen schriftuur houdende grieven is ingediend en dat verdachte mede daarom ex art. 416 lid 2 Sv n-o wordt verklaard in h.b., nu hof geen acht heeft geslagen op grieven in bijlage bij e-mailbericht van raadsvrouw aan strafgriffie hof, dat op avond vóór rolzitting in h.b. is verzonden en zich bij stukken bevindt? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Uit mailwisseling tussen raadsvrouw en strafgriffie hof volgt dat hof ttz. in h.b. ten onrechte ervan is uitgegaan dat namens verdachte geen grieven waren ingediend. Als gevolg daarvan heeft hof de verdachte ten onrechte ex art. 416 lid 2 Sv n-o verklaard in h.b. Volgt vernietiging en terugwijzing.